Kunnen mutaties nieuwe soorten voortbrengen?

Darwin schreef in zijn beroemde boek De oorsprong der soorten: „Ik [beschouw] alle soorten . . . niet als apart geschapen, maar als directe afstammelingen van een paar wezens.” Hij zei dat deze oorspronkelijke „paar wezens”, of zogenoemde eenvoudige levensvormen, gedurende enorm lange periodes — met „uiterst kleine veranderingen” — langzaam zijn geëvolueerd in de miljoenen verschillende levensvormen op aarde.

Evolutionisten leren dat deze kleine veranderingen zich opstapelden tot de grote veranderingen die nodig waren om vissen in amfibieën en apen in mensen te veranderen. Deze vermeende grote veranderingen worden macro-evolutie genoemd. Velen vinden deze tweede stelling redelijk klinken. Ze redeneren: ’Als zich binnen een soort kleine veranderingen kunnen voordoen, waarom zouden er dan gedurende lange tijdsperiodes door evolutie geen grote veranderingen kunnen ontstaan?’

Onderzoekers hebben ontdekt dat mutaties — of willekeurige veranderingen — in de genetische code wijzigingen kunnen veroorzaken bij de afstammelingen van planten en dieren en zij namen zonder meer aan dat dit ook tot grote veranderingen zou kunnen hebben geleid. In 1946 beweerde Hermann J. Muller, Nobelprijswinnaar en grondlegger van het onderzoek naar genmutaties bijvoorbeeld: „Deze opeenstapeling van veel zeldzame, voornamelijk uiterst kleine veranderingen is niet alleen het belangrijkste middel van kunstmatige veredeling bij dieren en planten maar, wat nog belangrijker is, de manier waarop natuurlijke evolutie heeft plaatsgevonden, onder de leiding van natuurlijke selectie.”

De leer van de macro-evolutie is dus gebaseerd op de stelling dat door mutaties niet alleen nieuwe soorten maar ook volledig nieuwe families van planten en dieren kunnen ontstaan. Muller’s bewering klinkt alsof hij er heel wat onweerlegbare bewijzen voor heeft, maar bestaat er een manier om zijn stellige bewering te toetsen? Ja, laten we gewoon eens kijken naar wat zo’n honderd jaar van onderzoek op het gebied van de genetica aan het licht heeft gebracht. De nu volgende inlichtingen vond ik in het artikel “Is evolutie een feit?” uit “Ontwaakt” van september 2009. Ondanks dat we nu bijna tien jaar later leven is de inhoud het nog steeds waard om aandachtig door iedere oprecht geïnteresseerde persoon gelezen te worden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is bloemenboeketten.jpg

Er zijn veel bloemsoorten, maar een kweker kan van een tulp geen roos maken.

Eind jaren dertig van de vorige eeuw aanvaardden wetenschappers enthousiast het idee dat als een natuurlijke selectie uit willekeurige mutaties nieuwe plantensoorten kon voortbrengen, een kunstmatige, door mensen geleide selectie van mutaties dat nog beter zou moeten kunnen. „Euforie verspreidde zich onder biologen in het algemeen en onder genetici en kwekers in het bijzonder”, zei Wolf-Ekkehard Lönnig, wetenschapper aan het Duitse Max Planck Instituut voor Plantenveredeling, in een interview met Ontwaakt! Vanwaar de euforie? Lönnig, die zich al ongeveer 28 jaar bezighoudt met het bestuderen van genetische mutaties bij planten, zei: „Deze onderzoekers dachten dat de tijd was aangebroken om de traditionele methode van het kweken van planten en dieren radicaal te veranderen. Ze dachten dat ze, door gunstige mutaties te veroorzaken en te selecteren, nieuwe en betere planten en dieren konden laten ontstaan.”

Wetenschappers in de Verenigde Staten, Azië en Europa mochten, gesteund door royale fondsen, aan de slag gaan met onderzoeksprogramma’s die de evolutie beloofden te versnellen. Wat waren de resultaten van meer dan veertig jaar van intensieve research? „Ondanks enorme uitgaven”, zegt onderzoeker Peter von Sengbusch, „bleek de poging om met bestraling steeds productievere variëteiten te kweken in veel opzichten een mislukking.” Lönnig zei: „Tegen de jaren tachtig waren de verwachtingen en euforie onder wetenschappers wereldwijd op een fiasco uitgelopen. Mutatieveredeling als apart onderzoeksterrein werd in westerse landen gelaten voor wat het was. Bijna alle mutanten vertoonden ’negatieve selectiewaarden’, dat wil zeggen dat ze stierven of zwakker waren dan wilde variëteiten.”
Toch waren wetenschappers, dankzij de gegevens die verzameld waren in zo’n honderd jaar van onderzoek naar mutatie in het algemeen en zeventig jaar van mutatieveredeling in het bijzonder, in staat conclusies te trekken ten aanzien van het vermogen van mutaties om nieuwe soorten te laten ontstaan. Na de bewijzen onderzocht te hebben, concludeerde Lönnig: „Mutaties kunnen een bepaalde soort [plant of dier] niet omvormen tot een totaal nieuwe. Deze conclusie komt overeen met alle bevindingen en resultaten van mutatieonderzoek van de twintigste eeuw bij elkaar alsook met de waarschijnlijkheidswetten. De wet van de terugkerende variatie impliceert dus dat genetisch correct gedefinieerde soorten echte grenzen hebben die niet weggehaald of overschreden kunnen worden door toevallige mutaties.”

Denk eens na over de implicaties van de bovengenoemde feiten. Als hoogopgeleide wetenschappers geen nieuwe soorten kunnen laten ontstaan door gunstige mutaties kunstmatig te veroorzaken en te selecteren, is het dan waarschijnlijk dat een niet-intelligent proces het er beter af zou brengen? Als uit onderzoek blijkt dat mutaties een oorspronkelijke soort niet kunnen omvormen tot een volledig nieuwe soort, hoe moet macro-evolutie dan precies hebben plaatsgevonden? Helaas ontbreekt elk bewijs voor macro-evolutie.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is olifant-1.jpg

Naschrift van uw blogger.
De Bijbel leert dat God al het leven geschapen heeft en dat de levensvormen “naar hun soort” gemaakt zijn. Deze gedachte komt mij ook veel logischer voor. Ik kan niet in Darwin’s bewering geloven dat alle dieren van eenzelfde stel voorouders afstammen. Dat zou betekenen dat een veldmuis en een olifant dezelfde voorouders hebben. De bijbelse uitdrukking “naar hun soort” laat ruimte voor variatie binnen een „soort”, maar geeft aan dat er tussen die soorten afgebakende grenzen zijn. Van de roos bijvoorbeeld kunnen veel variëteiten gekweekt worden, maar een roos zal altijd een roos blijven en niet in een margrietje veranderen. Zoals Dr. Wolf-Ekkehard Lönnig hierboven al vertelde liepen de pogingen van onderzoekers om volledig nieuwe betere soorten te creëren dan ook uit op een mislukking.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is honderassen.jpg

Binnen de soort hond zijn veel variaties mogelijk.

Meer argumenten die macro*-evolutie weerleggen.
De in 1943 geboren plantendeskundige en geneticus Dr. Wolf-Ekkehard Lönnig die o.a. was verbonden aan het Max Planck Institute for Plant Breeding Research heeft in totaal meer dan 2 miljoen planten geëvalueerd: mutatie, genetica en transposon-tagging en trapping (in experimentele velden en kassen). Maar hij schreef ook over dieren. Bijvoorbeeld: “Onze hond – Een spitsmuis in wolvenvacht? Of bewijzen de honderassen dat de mens afstamt van bacteriën?” Ook hierin gaat het over Macro- evolutie. Het vormt een bijdrage aan de weerlegging van de Synthetische Evolutie- theorie (neodarwinisme) en geeft argumenten voor intelligent ontwerp door het voorbeeld van de Canidae (hondachtigen). Ook hondeliefhebbers zullen dit artikel waarderen. Je vindt dat op de website van Wolf-Ekkehard Lönnig: http://www.weloennig.de/

* Dat micro-evolutie plaatsvindt is onbetwist, maar er bestaat geen enkel bewezen voorbeeld voor macro-evolutie. Aaneengeschakelde micro-evolutie levert geen macro-evolutie op, omdat daarbij geen nieuwsoortige organen, structuren en functies ontstaan en geen toename van daarvoor passende informatie in het erfelijk materiaal van het levende wezen plaatsvindt.

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .