Is er bewijs dat het leven door Darwinistische-evolutie is begonnen?


Dr. Stephen Meyer heeft veel onderzoek naar de bewijzen gedaan en er ook een boek over geschreven (Zie Foto 1). In de video* waarin hij daarover vertelt begint hij met te zeggen dat Darwin zelf ook al zijn eigen twijfels had over de juistheid van zijn theorie. Toen Darwin zijn meesterwerk “De oorsprong der soorten” bijna klaar had en het overzag, vond hij dat hij alles mooi had verklaard, met uitzondering van slechts één ding namelijk de Cambrische explosie. Tijdens het geologische tijdperk van de Cambrische explosie verschenen de meeste hoofdgroepen van diersoorten plotseling. Hij verwonderde zich er over dat al die verschillende vormen zo plotseling waren verschenen. Op de geologische tijdschaal van miljoenen jaren beslaat de Cambrische periode slechts een klein stukje. Het tijdraam van de cambrische periode beslaat slechts één tiende procent van de geschiedenis van de aarde. Het was dus als het ware in een oogwenk gebeurd. Toch was er in die korte tijd op het gebied van innovatie heel wat gebeurd volgens het fossielenverslag: biologische innovatie in de vorm van talrijke nieuwe levensvormen en constructies, terwijl in de lagen daaronder de fossielen van half ontwikkelde voorouders, die je volgens Darwins theorie wel zou verwachten, totaal ontbreken.

Onvoldoende tijd
Evolutionistische biologie-wetenschappers hebben zelf ook een theorie, genaamd “Populatie-genetica”, om de tijd te berekenen die nodig is om nieuw leven te ontwikkelen. Daarmee kunnen zij berekenen hoeveel evolutionaire veranderingen er kunnen plaatsvinden in een gegeven tijdsperiode. Ze kennen bepaalde factoren: de mutatie-verhouding, de tijd van een generatie tot de volgende generatie, de grootte van de populatie enzovoort. Toen deze theoretici begonnen te berekenen hoeveel veranderingen er konden plaatsvinden in een bepaalde tijdsperiode, kwamen ze er achter dat er voor alle gecoördineerde mutaties die achtereenvolgens zouden moeten hebben plaatsgevonden er véél en véél meer tijd nodig was dan de tijd dat het leven op aarde aanwezig was. Kort gezegd: er was gewoonweg geen tijd genoeg om al die verschillende soorten leven via geleidelijke evolutie te laten ontstaan.

Darwin twijfelde zelf.
Darwin gaf zelf ook toe: “Als veel soorten, die tot dezelfde soorten of families behoren, werkelijk plotseling op één keer tot leven zijn gekomen, zou dat feit fataal zijn voor mijn theorie van langzame verandering door natuurlijke selectie”.
Darwin gaf ook toe dat, als alle dieren van een gemeenschappelijke voorouder afstammen, het aantal tussen- en overgangsverbanden tussen alle levende en uitgestorven soorten “onvoorstelbaar groot” moest zijn geweest. Maar in plaats dat Darwin allerlei overgangsvormen in het fossielenverslag vond, zag hij slechts de fossielen van reeds volledig ontwikkelde diersoorten. Dus er is een conflict tussen wat de evolutietheorie beweert en wat er in werkelijkheid wordt waargenomen.

* Gebaseerd op videolezing door Dr. Stephen Meyer https://www.youtube.com/watch?v=PbcY9iya40o

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Video | Dit bericht werd geplaatst in Chemische evolutie, Evolutie, Intelligent Design, Onderwijs over Intelligent Design en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.