Over een wel of niet reducerende aard-atmosfeer en fotosynthese.

Er bestaan nog steeds misverstanden over een experiment dat in 1953 werd uitgevoerd en ten doel had aan te tonen dat aminozuren, de bouwstenen van proteïne, door het toeval in de levenloze aarde van biljoenen jaren geleden konden ontstaan. Het misverstand is dat het experiment dat ook zou hebben bewezen, maar in werkelijkheid is het experiment achteraf ongeldig verklaard, wegens verkeerde aannames over de samenstelling van de oeratmosfeer.
In Wikipedia lees ik daarover onder de kop Miller-Urey-experiment: “Voor het vormen van deze organische moleculen moet de vroegere atmosfeer van de Aarde een reducerend karakter gehad hebben. Recent onderzoek wijst uit dat de vroegere atmosfeer noch reducerend noch oxiderend was. De theorie van Miller is hiermee achterhaald. De samenstelling van de oeratmosfeer blijkt anders geweest te zijn dan in het experiment werd aangenomen”.
Voor alle duidelijkheid: Niet reducerend betekent geen of weinig waterstof. Niet oxiderend betekent geen of weinig zuurstof. Het gasmengsel dat in het Miller-Urey-experiment werd gebruikt bestond uit ammoniak, methaan, waterstof en waterdamp. Zuurstof ontbrak. Hoe aannemelijk is het dat er vroeger in de atmosfeer van de aarde weinig of geen zuurstof was en wel veel waterstof dat reducerend werkt? Daarover wilde ik wel eens wat meer weten.
Ik vond op het internet: “De Amerikaanse wetenschappers J.P. Ferris en C.T. Chen hebben het experiment van Stanley Miller herhaald onder de atmosferische omgeving die kooldioxide, waterstof, stikstof en waterdamp bevatte, en waren niet in staat om zelfs maar een enkel molecule van aminozuur te verkrijgen”. ̶ J.P. Ferris, C.T. Chen, “Photochemistry of methane, nitrogen en water mixture as a model for the atmosphere of the primitive earth”, Journal of American chemical society, vol. 97:11, 1975, p. 2964.

Het artikel vervolgde: “Een ander belangrijk punt dat Millers experiment ongeldig maakt, was dat er genoeg zuurstof was om alle aminozuren in de atmosfeer te vernietigen op het moment dat men dacht dat ze gevormd zouden zijn. Dit feit is door Miller genegeerd, en is duidelijk geworden door sporen van geoxideerd ijzer en uranium die in rotsen gevonden zijn waarvan de leeftijd op 3,5 biljoen jaar oud geschat wordt. ̶ “New evidence on evolution of early atmosphere and life”, Bulletin of the American meteorological society, vol. 63, November 1982, p. 1328-1330.

Over zuurstof las ik, in Wikipedia,verder nog: “Zuurstof komt als enkelvoudige stof vooral als di zuurstof (O2) in de atmosfeer voor. In samengestelde vorm is het eveneens een wijdverspreid element omdat alle water van de oceanen en alle silicaten waar de aardkorst uit bestaat zuurstof bevatten. Gemeten naar gewicht is zuurstof veruit het meest voorkomende element in het menselijk lichaam: dat bestaat voor ongeveer 65% uit zuurstof (voornamelijk als bouwsteen van water (H2O))”
Dus, geachte lezers, zuurstof bevindt zich bijna overal. In het water (H2O) en het zit zelfs in oude rotsen en silicaatgesteenten van de aarde opgeslagen. Met mijn eenvoudige simpele geest denk ik dan: Dat alles bij elkaar wijst er dan toch op dat, hoewel evolutionisten dit hebben ontkend, er wèl degelijk zuurstof in de vroege atmosfeer aanwezig moet zijn geweest? Zonder zuurstof en water zou ook immers het leven niet mogelijk zijn? Beide zijn, voor zowel het leven van dieren als mensen, onmisbare stoffen. Ik ben dan ook blij dat de Schepper in planten de mogelijkheid heeft gelegd om, via het proces dat fotosynthese wordt genoemd, naast glucose ook zuurstof te produceren. Dat is toch een mooi cadeau van de Ontwerper van de aarde en het universum? Planten, en niet te vergeten het fytoplankton van de oceanen, verwerken de door mens en dier geproduceerde gassen, waaronder CO2. De zuurstof, die door de planten als bijproduct wordt afgescheiden, kunnen wij mensen en ook de dieren weer inademen. Het is werkelijk een doordacht kringloopproces, dat door een zeer bekwame ontwerper/ chemicus bedacht moet zijn, waardoor de hoeveelheid zuurstof nooit kan opraken en wij in leven kunnen blijven.

groen blad
Ik deed op internet ook nog wat onderzoek naar fotosynthese. In het blad “Trouw” van 27 mei werd mijn aandacht getrokken door de kop “De oplossing zit onder de motorkap van de plant” Daarin werd, onder meer, ook heldere uitleg gegeven over het proces van fotosynthese. Het was een tamelijk lang artikel, dus ik citeer er hieronder een stukje uit en let u dan eens op hoe hieruit blijkt dat fotosynthese een uiterst ingenieus ontworpen proces is:

Wat is fotosynthese?
“Planten, algen en sommige bacteriën maken uit kooldioxide (CO2) en water (H2O) glucose (C6H12O6), een suiker die voor vele doelen kan worden gebruikt: als bouwsteen voor celmateriaal, energiebron en voedsel. Die glucose is het resultaat van fotosynthese.
Te oordelen naar zijn resultaat is fotosynthese een simpel proces, maar schijn bedriegt, want de onderliggende machinerie is zeer complex. Fotosynthese is een samenspel van vele chemische reacties, die in gang worden gezet door tal van enzymen. Het mechanisme is zo ingewikkeld dat pas enkele jaren geleden de laatste van die enzymen werden opgehelderd. En onbekend is nog hoeveel genen de fotosynthese aansturen, het zijn er zeker honderden en misschien wel duizend.
De fotosynthesemotor heeft twee grote blokken. In het eerste wordt zonlicht gebruikt om energie dragende stoffen te maken die in de cel kunnen worden opgeslagen. Dit blok wordt de lichtreactie genoemd. In het tweede blok, de donkerreactie, wordt de opgeslagen energie gebruikt om glucose te maken uit kooldioxide en water”. Zie Schema

Vereenvoudigd Schema Fotosynthese. Voor de eerste stap, de lichtreactie, is direct zonlicht noodzakelijk. Hierdoor ontstaan moleculen die worden gebruikt in de tweede stap, de donkerreactie. Voor de donkerreactie is geen zonlicht noodzakelijk.

In het artikel in “Trouw” probeert wetenschapper René Klein Lankhorst de lezers er van te overtuigen dat verder fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar fotosynthese zeer wenselijk is en dat daarin geïnvesteerd geld zeker zijn nut zal afwerpen. Ik acht dat eveneens een goede zaak, maar heb me er toch wel over verbaasd hoe deze geïnterviewde wetenschapper dan in het besluit van het artikel een oude, inmiddels achterhaalde evolutie-gedachte van stal haalt als hij over zuurstof zegt:
Zuurstof is een afvalproduct van de fotosynthese, dat door de plant in de atmosfeer wordt geloosd. Die uitstoot is een van de grootste milieurampen in de geschiedenis van de aarde. Zuurstof is een agressieve en destructieve stof, waar de plant zelf helemaal niet tegen kan. Het kwam in de oorspronkelijke atmosfeer van de aarde niet voor, maar maakt er nu 20 procent van uit”.
Ik denk dan: Hoezo een ramp? Het is maar hoe je het bekijkt. Lankhorst ziet het blijkbaar als een milieuramp van de ergste soort, ik zie zuurstof als een van de beste dingen op aarde omdat het er voor zorgde dat leven mogelijk werd. Ook gaat Lankhorst kennelijk nog steeds uit van de inmiddels achterhaalde gedachte dat er heel lang geleden geen zuurstof was in de atmosfeer. Ik denk dat u, net als ik, blij zult zijn dat wij, dankzij de Schepper en uitvinder van het fotosyntheseproces, er nu zeker van kunnen zijn dat er, zolang we de plantjes water blijven geven, altijd voldoende zuurstof zal zijn. Dan zullen u en ik kunnen blijven ademen.

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Aarde, chemie, Chemische evolutie, Intelligent Design, Natuur, Onderwijs over Intelligent Design, Planten, scheikunde, Wetenschap en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.