Hoe is het leven begonnen?

Wat zeggen veel wetenschappers? Veel wetenschappers die in evolutie geloven, zeggen dat het leven miljarden jaren geleden begonnen is aan de rand van een getijdenpoeltje of diep in de oceaan. Ze denken dat chemische stoffen zich op zo’n soort plek spontaan samenvoegden tot structuren die op bellen leken, vervolgens ingewikkelde moleculen vormden en zich gingen vermenigvuldigen. Volgens hen is al het leven op aarde door toeval ontstaan uit een of meer van deze ’eenvoudige’ oorspronkelijke cellen.
Andere net zo gerespecteerde wetenschappers die ook in evolutie geloven, zijn het daar niet mee eens. Volgens hun theorie zijn de eerste cellen, of in ieder geval de belangrijkste onderdelen ervan, vanuit de ruimte op aarde terechtgekomen. Waarom denken ze dat? Omdat het wetenschappers ondanks alle moeite die ze erin gestoken hebben, niet gelukt is te bewijzen dat uit niet-levende moleculen spontaan leven kan ontstaan. Alexandre Meinesz, hoogleraar biologie, ging in 2008 op dit dilemma in. Hij zei dat er in de afgelopen vijftig jaar „geen proefondervindelijk bewijs is gevonden ter ondersteuning van de hypothese dat het leven op Aarde spontaan uit niets meer dan een moleculaire soep is verschenen, en er zijn geen betekenisvolle vorderingen in de wetenschappelijke kennis die in die richting wijzen” ̶ How Life Began ̶ Evolution’s Three Geneses, Alexander Meinesz, 2008, blz. 30-33,45.
Wat zeggen de bewijzen?
Waar we ook kijken, of het nu bij mensen, bij de dieren of bij de planten is: er is één overkoepelende basiswet waaraan ze alle voldoen, namelijk: leven komt altijd voort uit bestaand leven. Kan het zijn dat deze fundamentele wet toch ooit verbroken is als we maar ver genoeg teruggaan in de tijd? Kan leven zich echt spontaan ontwikkelen uit niet-levende chemische verbindingen? Hoe groot is de kans dat zoiets gebeurt?
Onderzoekers zijn erachter gekomen dat een cel alleen kan overleven als er minimaal drie verschillende soorten ingewikkelde moleculen samenwerken: DNA (desoxyribonucleïnezuur), RNA (ribonucleïnezuur) en eiwitten. Tegenwoordig zullen maar weinig wetenschappers beweren dat een complete levende cel plotseling en toevallig ontstaan is uit een mengsel van levenloze chemische stoffen. Maar hoe groot is de kans dat RNA of eiwitten door toeval ontstaan?
Veel wetenschappers denken dat leven door toeval kan ontstaan vanwege een experiment dat in 1953 werd uitgevoerd. Toen lukte het Stanley Miller om een aantal aminozuren (de chemische bouwstenen van eiwitten) te produceren. Hij deed dat door een gasmengsel waarvan men aannam dat het de atmosfeer van de jonge aarde nabootste, te bestoken met elektrische ontladingen. Na die tijd zijn er ook aminozuren aangetroffen in een meteoriet. Betekent dit dat alle fundamentele bouwstenen van het leven makkelijk door toeval kunnen ontstaan?
Robert Shapiro, emeritus hoogleraar scheikunde aan de Universiteit van New York, zegt dat sommigen hieruit de conclusie hebben getrokken „dat alle bouwstenen van het leven gemakkelijk in experimenten als dat van Miller kunnen ontstaan en in meteorieten voorkomen. Dat is niet het geval.” ˍˍ Scientific American, Nederlandstalige editie, “Hoe de Schepper het simpel hield”, Robert Shapiro, 2007, nr. 5, blz.43, 44.
Neem nu de RNA-molecule. Die is samengesteld uit kleinere moleculen die nucleotiden worden genoemd. Nucleotiden verschillen van aminozuren en zijn nog iets complexer. Volgens Shapiro „heeft niemand ooit melding gemaakt van nucleotiden die bij een experiment met elektrische vonken zijn ontstaan of in meteorieten [zijn] aangetroffen”. De kans dat een zichzelf replicerende RNA-molecule zich op een willekeurige manier vormt uit een soep van chemische bouwstenen, zegt hij, „is zo onvoorstelbaar klein, dat, zelfs wanneer het maar een keer ergens in het zichtbare heelal zou gebeuren, we moeten spreken van ongelooflijke mazzel”.
Hoe zit het met eiwitmoleculen? Ze kunnen bestaan uit nog geen vijftig of uit wel duizenden aminozuren, die in een heel specifieke volgorde aaneengeregen zijn. Een gemiddeld functioneel eiwit in een ’eenvoudige’ cel bevat tweehonderd aminozuren. Zelfs deze cellen bevatten al duizenden verschillende soorten eiwitten. De waarschijnlijkheid dat ook maar één eiwit dat slechts honderd aminozuren bevat zich ooit spontaan op aarde ontwikkelt, is berekend op een kans van één op de biljard.
De onderzoeker Hubert Yockey, die een voorstander is van de evolutieleer, gaat nog verder. Hij zegt: „Het is onmogelijk dat bij de oorsprong van het leven de eiwitten er het eerst waren.” ̶ Information Theory, Evolution, and the Origin of Life, Hubert P. Yockey, 2005, blz. 182.
Er is RNA nodig om eiwitten te maken, maar eiwitten zijn weer betrokken bij de productie van RNA. Maar stel nu dat het extreem onwaarschijnlijke gebeurt, en dat zowel eiwitten als RNA-moleculen bij toeval tegelijk op dezelfde plaats ontstaan. Hoe groot zou de kans dan zijn dat ze zouden samenwerken en dat er een levensvorm zou ontstaan die zichzelf kan repliceren en in leven kan houden? „De kans dat dit bij toeval zou gebeuren (met een willekeurig mengsel van eiwitten en RNA) lijkt astronomisch klein”, zegt dr. Carol Cleland van het Astrobiologisch Instituut van de NASA. Ze vervolgt: „Toch lijken de meeste onderzoekers aan te nemen dat als ze eenmaal weten hoe eiwitten en RNA zich onder de oeromstandigheden in de natuur onafhankelijk van elkaar kunnen ontwikkelen, de samenwerking voor zich spreekt.” In verband met de huidige theorieën over de manier waarop deze bouwstenen van het leven door toeval kunnen zijn ontstaan, zegt ze: „Geen daarvan geeft echt een overtuigende uitleg van hoe dit is gebeurd.”
Wat maakt het uit? Denk eens aan de uitdaging waarvoor wetenschappers staan die denken dat het leven door toeval ontstaan is. Ze hebben een aantal aminozuren gevonden die ook in levende cellen voorkomen. In hun laboratoria hebben ze door middel van goed uitgedachte en geleide experimenten andere, ingewikkelder moleculen gefabriceerd. Uiteindelijk hopen ze alle delen te kunnen bouwen die nodig zijn voor een ’eenvoudige’ cel. Hun situatie is te vergelijken met die van een wetenschapper die met elementen uit de natuur staal, plastic, siliconen en draad maakt, en een robot bouwt. Vervolgens programmeert hij deze robot zo dat die kopieën van zichzelf kan maken. Wat bewijst hij daarmee? Hooguit dat een intelligent wezen een indrukwekkende machine kan bouwen.
Als het wetenschappers ooit zou lukken een cel te bouwen, zou dat ook een bijzondere prestatie zijn. Maar zouden ze daarmee bewijzen dat een cel bij toeval kan ontstaan? Zouden ze eigenlijk niet precies het tegenovergestelde bewijzen?

Foto 1  De cel blijkt veel complexer dan Darwin zich die voorstelde.

Foto 1 De cel blijkt veel complexer dan Darwin zich die voorstelde.

Wat denk jij? Alle wetenschappelijke bewijzen die tot nu toe gevonden zijn, wijzen erop dat leven alleen kan voortkomen uit bestaand leven. Om te geloven dat zelfs een ’eenvoudige’ levende cel door toeval uit niet-levende chemische stoffen is ontstaan, moet iemand eigenlijk geloven in iets waarvoor geen bewijzen zijn. Zou jij in zoiets kunnen geloven als je naar de genoemde feiten kijkt? Voordat je die vraag beantwoordt, zou het goed zijn je te verdiepen in de manier waarop de cel is opgebouwd. Dan kun je voor jezelf bepalen of de theorieën van veel wetenschappers over waar het leven vandaan komt, redelijk zijn of slechts op fantasie berusten.
Bron:
Brochure: Vijf belangrijke vragen over HET ONTSTAAN VAN HET LEVEN Blz. 4 t/m 7

Video
Een plaatje zegt altijd veel meer dan woorden. Ik vond daarom een mooie video die bovenstaand verhaal aanvult en je op zeer vakkundige en fraai geïllustreerde manier laat zien hoe cellen zijn opgebouwd. Het bijhorende verhaal wordt verteld door middelbare school en universiteit lerares Joanne Jezequel. Deze animatie toont de structuur en functie van plantaardige en dierlijke cellen, met inbegrip van organellen zoals de nucleus, nucleolus, DNA (chromosomen), ribosomen, mitochondria, enz. Ook inbegrepen zijn ATP moleculen, cytoskelet, cytoplasma, microtubuli, eiwitten, chloroplasten, chlorofyl, celwanden, celmembraan, trilharen, flagellen, etc.

Ook al zou je niet veel begrijpen van de precieze werking, je krijgt in elk geval wel een indruk van hoe ingewikkeld de processen zijn die zich binnen in de cel afspelen. En die cel is kleiner dan de punt aan het eind van deze zin. Dat zegt wel iets over de intelligentie en capaciteiten van de Maker van de cel. Hij heeft overigens niet alleen de cel ontworpen. De Bijbel zegt over hem: ‘Elk huis wordt door iemand gebouwd, maar hij die alle dingen heeft gebouwd, is God’ (Hebreeën 3:4). Klik hieronder om de video Structuur van de cel te bekijken:
https://www.youtube.com/watch?annotation_id=annotation_3442229441&feature=iv&src_vid=URUJD5NEXC8&v=cbiyKH9uPUw

Hieronder nog een mooie animatie van het inwendige van de cel. Was de cel in Darwins tijd nog een “zwarte doos” waarvan het binnenste onbekend was, nu weten we veel meer over de talrijke processen die zich daarin afspelen. De doos is nu geopend. De onderdelen van de cel blijken stuk voor stuk ingenieus ontworpen door een intelligente ontwerper die er een ongekend grote hoeveelheid informatie in heeft aangebracht.

https://www.youtube.com/watch?v=FzcTgrxMzZk

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Eencellige organismen, Evolutie, Intelligent Design, Menselijk lichaam, Onderwijs over Intelligent Design, Wetenschap en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.