De praktijk: Er zijn grenzen aan de fundamentele soorten planten en dieren.

Als je in de natuur naar de verschillende diersoorten kijkt, dan zie je dat elke diersoort nakomelingen van dezelfde soort voortbrengt. Honden brengen uitsluitend hondjes voort en geen poesjes. Ook bij grotere dieren is dat het geval: koeien baren kleine koetjes (we noemen die kalveren) en ook olifanten krijgen alleen maar olifant kalfjes. We zien nooit dat een koe een paard baart of een olifant een leeuwen welp baart. In de bijbel wordt dan ook in het Genesisverslag, dat ons over de oorsprong van het leven vertelt, terecht gezegd dat God alle dieren “naar hun soort” heeft geschapen. Deze vermelding duidt er op dat er een limiet is aan de hoeveelheid variatie die zich binnen de soort kan voordoen. Zowel de gevonden fossielen als recent onderzoek ondersteunen het concept dat de fundamentele categorieën van planten en dieren in de loop van enorme tijdsperioden weinig veranderd zijn. Binnen een genesissoort is variatie mogelijk, maar de grenzen van de soort kunnen in de praktijk niet worden overschreden.

Waarom de daarmee tegenstrijdige evolutietheorie desondanks ingang kon vinden.
Volkomen in strijd met de praktijk en met wat de bijbel leert, beweerde Charles Darwin dat al het leven op één gemeenschappelijke oervorm of voorouder terug te voeren was. Als dat waar was zouden er in het fossielen verslag talloze overgangsvormen gevonden moeten worden. Darwin verwonderde zich er zelf ook wel over dat die in zijn tijd niet in grote hoeveelheden gevonden werden, maar hij hoopte dat dit alsnog zou gebeuren. Maar de bewijzen voor dit onderdeel van zijn theorie bleven uit. De fossielen geven duidelijk aan dat de hoofdsoorten van planten en dieren abrupt verschenen en niet tot andere soorten zijn geëvolueerd, zelfs niet gedurende miljarden jaren. Desondanks werd zijn theorie omarmd door veel atheïstische geleerden. En zelfs geestelijken van de christenheid sloten een compromis door hun gelovigen te leren dat God bij de schepping van evolutie gebruik zou hebben gemaakt.

De gedachte dat het leven niet door een intelligente alwijze God, maar door toevallige evolutie, dus zonder een intelligente sturende kracht, was ontstaan kwam veel mensen wel goed uit. Als je voor jezelf en anderen aannemelijk kunt maken dat God niet bestaat, hoef je Hem ook geen verantwoording voor je levenswijze af te leggen. Dus werd de leugen omarmd en de theorie niet verworpen, maar werd juist alles gedaan om haar toch in stand te houden. Omdat mutaties over het algemeen eerder nadelig dan voordelig zijn, goede mutaties zeldzaam zijn en er voor de ontwikkeling van iets nieuws enorm veel goede mutaties vereist zijn, was men er ook bij gebaat om de factor tijd enorm op te rekken. Evolutie zou volgens Darwin zeer langzaam en geleidelijk hebben plaatsgevonden, maar omdat het fossielenverslag laat zien dat veel nieuwe levensvormen plotseling verschenen, (in de Cambrische periode* vond er zelfs een “explosie van nieuwe levensvormen” plaats) kwamen evolutionisten later ook met de theorie dat er soms in de geschiedenis snelle evolutie had plaatsgevonden. Als je een evolutionist vraagt om één voorbeeld waarbij heden ten dage de ene levensvorm in een compleet andere verandert, dan wordt het stil en horen we vaak als excuus dat ‘macro-evolutie’ weliswaar niet tijdens ons leven zichtbaar is, maar dat het wèl in het verre verleden, miljarden jaren geleden, zou zijn gebeurd. Maar dan zouden er in het fossielenverslag toch aanwijzingen voor moeten zijn gevonden?
*Wikipedia vermeldt: In het begin van het Cambrium verschijnt ongeveer de helft van alle bekende groepen leven (biologische stammen of phyla), vaak zonder dat directe voorouders gevonden zijn. Deze plotselinge radiatie van soorten wordt de Cambrische explosie genoemd.

Zijn er overgangsvormen in het fossielenverslag gevonden?
In zijn klassieke werk “De oorsprong der soorten” (1859) sprak Darwin reeds zijn zorgen uit over het gebrek aan overgangsfossielen:

“Tenslotte, wanneer we niet naar een bepaalde tijd kijken, maar naar alle tijden, dan moeten er (als mijn theorie waar is) ontelbare tussenvormen zeker hebben bestaan die alle soorten van dezelfde groep verbinden. Maar, als volgens deze theorie talrijke tussenvormen moeten hebben bestaan, waarom vinden we deze dan niet in ontelbare hoeveelheden ingebed in de korst van de aarde?”

Zelfs nu, 157 jaar nadat Darwin zijn theorie publiceerde, lijkt het er op dat wetenschappers het hierover nog steeds niet met elkaar eens zijn. Dat blijkt onder andere uit onderstaande engelstalige video Scientists: The Theory of Evolution is wrong (part1)
In deze video, die 10 minuten duurt, beweren creationistische wetenschappers aan de hand van diverse voorbeelden, dat er in het geheel geen overgangsvormen zijn gevonden die Darwins aanname bevestigen en dat de weinige ‘overgangsvormen’, waarnaar evolutionisten toch blijven verwijzen, op vergissing of zelfs op bedrog berusten. Toch blijven de evolutionisten stug volhouden dat er wèl veel overgangsvormen zijn. Diverse vooraanstaande evolutionisten worden als bewijs hiervoor geciteerd. Zijn hun beweringen juist en kunnen zij daar inderdaad veel voorbeelden van geven of wordt alleen de schijn door hen opgehouden? Wie heeft er gelijk? Oordeelt u zelf maar of de argumenten die door de tegenover elkaar staande partijen naar voren worden gebracht u kunnen overtuigen.
Hier de link naar bovengenoemde video:  https://www.youtube.com/watch?v=SWDRz5cSziQ

“het beroepsgeheim van de paleontologie.”
Wat denkt u, nadat u bovenstaande video hebt bekeken? Ik denk zelf dat de creationistische wetenschappers het hier toch bij het rechte eind hebben en dat het ontbreekt aan fossielen van overgangsvormen. Als wetenschappers bewust deze informatie achterhouden en doen alsof ze wel in grote aantallen gevonden zijn, terwijl zij beter weten, dan is dat kwalijk en kun je zelfs van misleiding van het publiek spreken. Zelfs wijlen Stephen Jay Gould, professor in de geologie en paleontologie aan Harvard University en vooraanstaand woordvoerder van de evolutietheorie tot aan zijn overlijden in 2002, bekende dat “de extreme zeldzaamheid van overgangsvormen in het fossielenbestand stand houdt als het beroepsgeheim van de paleontologie. De evolutionaire bomen die onze leerboeken sieren hebben hun gegevens alleen aan de uiteinden en de knooppunten van de takken; de rest is gevolgtrekking, wel redelijk, maar niet bewezen door fossielen.”
Het bovenstaande is deels mijn eigen (vrije) vertaling, daarom hieronder nog even de letterlijke engelse tekst van deze aanhaling:
“The extreme rarity of transitional forms in the fossil record persists as the trade secret of paleontology. The evolutionary trees that adorn our textbooks have data only at the tips and nodes of their branches; the rest is inference, however reasonable, not the evidence of fossils.” ̶ Gould, Stephen Jay, “Evolution’s Erratic Pace,” Natural History, vol. 86 (May 1977), page 14

Meer weten?
Evolutionisten verwijzen ook graag naar het fossiel van een uitgestorven vogel die bedekt was met veren. De naam Archaeopteryx betekent “Oeroude veer” Als u meer over dit en andere fossielen wilt weten kunt u, door in de rechterkolom in de rubriek “Categorieën” op “fossielen” te klikken, verwante artikelen vinden.

archaeopteryx berlin specimen
archaeopteryx zwart

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Video | Dit bericht werd geplaatst in Evolutie, Fossielen, Landdieren, Natuur, Vogels en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.