Het wonderlijke brein van een puber

puberbreinDeze week zag ik op RTLDoc de documentaire “Het wondere brein van een puber.” (Zie Foto 1). Ik heb het in deze blog al vaker over ons wonderlijke brein gehad, dus mijn nieuwsgierigheid was meteen gewekt. De docu bleek goede maar ook kwalijke dingen in zich te hebben. Laat ik beginnen met enkele goede punten te noemen. Een interessante wetenswaardigheid ging over de ontwikkeling van de hersenen bij tieners. Vroeger meenden wetenschappers dat de hersenen zich omstreeks het zeventiende of achttiende jaar al volledig hebben ontwikkeld. Tegenwoordig gaan hersenonderzoekers er van uit dat dit pas op de leeftijd van 25 jaar het geval is. In de leeftijdsperiode van 12 tot 25 jaar zijn jongeren geneigd om veel risico’s te nemen en ouders moeten niet denken dat hun kinderen het vanaf hun twaalfde jaar het wel zonder hun begeleiding zullen redden. In de documentaire werd daarover opgemerkt: “ Lange tijd schatten ook wetenschappers die leeftijd veel jonger in, maar (Amerikaanse) autoverhuurders wisten het wèl allang en houden er ook rekening mee.” (Toen ik dat nazocht, bleek dat inderdaad te kloppen, want in de VS dient er vaak bovenop de huurprijs voor volwassenen ook nog een jonge bestuurderstoeslag betaald te worden. Deze toeslag is van toepassing op bestuurders jonger dan vijfentwintig jaar.) Ook werd duidelijk gemaakt dat het voor ouders dus goed is om te beseffen dat hun kinderen ook na hun twaalfde nog steeds hun aandacht en begeleiding tot de volwassenheid nodig hebben, ook al beseffen de tieners dat zelf pas veel later.

Foto 4.  Een gespannen knijpveer die te snel wordt losgelaten springt alle kanten op.

Foto 4. Een gespannen knijpveer die te snel wordt losgelaten springt alle kanten op.

Mijn vrouw en ik hebben zelf drie kinderen naar de volwassenheid mogen begeleiden en ik vond de vergelijking van het opvoedingsproces met de manier waarop je een knijpveer hanteert wel mooi: als je de veer te plotseling loslaat kan hij alle kanten opspringen, maar als je hem geleidelijk laat ontspannen dan voorkomt dat ongelukken.
In de docu kwam ook duidelijk naar voren dat het onvolgroeide puberbrein voor – en nadelen heeft. Het is geneigd om alles te willen onderzoeken en het wordt daarbij niet geremd door de ervaringen die ouderen al hebben. Dat kan aan de ene kant negatief werken: het internet staat helaas vol met filmpjes waarbij jongeren levensgevaarlijke toeren uithalen met auto’s of het afsteken van vuurwerk in kleine ruimtes. Volwassenen weten uit ervaring dat het laatstgenoemde onherstelbare gevaren voor het gehoor en de ogen kan opleveren en zij zullen dergelijke risico’s niet nemen. Het puberbrein remt dat nog niet af en de puber doet daardoor vaker onvoorzichtige dingen. Vooral in een groep staat het stoer en de puber is er ook trots op als het dan ook nog op video wordt opgenomen en via internet wereldkundig wordt gemaakt. In de documentaire werden daar diverse negatieve voorbeelden van getoond. Aan de andere, de positieve, kant werd ook getoond dat een begaafde 16-jarige student Marshall vanuit zichzelf de hoofden van tientallen onderzoeklaboratoriums aanschreef met het verzoek om hem een gratis stageplek met een mentor te gunnen. Slechts één hoofd reageerde daar gunstig op en bood de jongeman de gelegenheid om zelf onder haar begeleiding onderzoek te doen. De jongeman bleek in het lab heel inventief te zijn en hij koos, geholpen door zijn jonge open brein, onbevooroordeeld voor een onderzoekmethode die door het brein van oudere onderzoekers was verworpen. Dat leidde tot onverwacht goede resultaten, want Marshall deed een baanbrekende ontdekking. (Zie Foto 2 en 3)

Foto 2  De 16-jarige Marshall deed tijdens zijn eerste experiment een baanbrekende ontdekking.

Foto 2 De 16-jarige Marshall deed tijdens zijn eerste experiment een baanbrekende ontdekking.

dr Christine Bear

Foto 3  dr. Christine Bear gaf hem de kans.

 

Maar ik heb ook enkele punten van kritiek bij deze docu. Hij was kennelijk bedoeld als ‘populair-wetenschappelijke documentaire’, dus moest er ook zo nodig een evolutiebioloog aan het woord komen. Die probeerde vanuit de evolutietheorie uit te leggen waarom tieners de neiging hebben om zoveel risico te nemen, maar zijn verhaal kon mij niet echt overtuigen. Deze in evolutie onderwezen man ging er van uit dat primaten de voorouders van mensen waren, dus voelde hij zich ook geroepen om het verschil in hersenomvang tussen de aapachtige voorouders en de huidige mens te verklaren. Hij zei daarover letterlijk het volgende: “Drie miljoen jaar geleden verdubbelde het brein zo’n beetje. En toen, driehonderdduizend jaar geleden kwam daar nog eens zo’n vijftig procent bij. Zo kwamen we tot de huidige herseninhoud van 1200- 1400 ml.” Helaas gaf hij geen uitleg of bewijs voor deze uitspraak en ook de conclusie die de evolutiebioloog even later trok kwam op mij wel heel vreemd over: “Ik denk dat we teenagers nodig hadden om dat grote brein te laten functioneren.” Ik dacht toen: Dat kan toch de plotseling toename van de herseninhoud niet verklaren? De teenagers zijn toch niet plotseling verschenen? In de generaties daarvoor zullen de volwassenen toch ook eerst kinderen in de teenagerleeftijd zijn geweest? Maar ja hoor, het werd blijkbaar wel zo bedoeld, want daarna vatte de vrouwelijke commentatorstem het nog eens voor alle duidelijkheid samen: “Pubers waren dus de evolutionaire oplossing om dit brein te laten functioneren.”
Voor mij als gelovige is dat een onbegrijpelijke en dwaze conclusie. Zonder daarvoor degelijk bewijs te leveren wordt nu immers de indruk gewekt dat niet de super-intelligente Schepper ons enorm gecompliceerde brein heeft laten functioneren, maar dat de eer hiervoor naar zijn schepselen, meer speciaal de ‘pubers’, zou moeten gaan. Dat doet mij denken aan een vergelijkbare situatie die in de bijbel wordt genoemd. Eeuwen nadat Jehovah het volk Israël van Farao’s overheersing had bevrijd, verklaarde de profeet Jesaja: „O Jehovah, gij zijt onze Vader. … Wij zijn het leem, en gij zijt onze Pottenbakker en wij allen zijn het werk van uw hand” (Jesaja 64:8).Daaruit blijkt dat God degene is die ons heeft gemaakt. Maar als mensen in toevallige evolutie willen blijven geloven en blijven ontkennen dat Jehovah God hun het leven heeft geschonken, dan is het als het ware alsof de pot tegen de Pottenbakker zou zeggen: “Ik weet het beter dan jij: Niet jij, maar ik heb mijzelf gemaakt.” Jehovah zelf vraagt dan ook aan de profeet Jesaja: “….en dient het maaksel soms betreffende zijn maker te zeggen: „Hij heeft mij niet gemaakt”? En zegt in feite soms het geformeerde zelf betreffende zijn formeerder: „Hij heeft geen verstand getoond”? (Jesaja 29:16)

Foto 5  God maakte elk mens uniek en gaf ons ook het vermogen  om  kinderen te krijgen.

Foto 5 God maakte elk mens uniek en gaf ons ook het vermogen om kinderen te krijgen.


Ons brein is door sommigen wel „het meest complexe object in het universum” genoemd. Als de ontwikkeling daarvan dan door zogenaamde ‘wetenschappers’ toch aan louter toeval, zonder dat er intelligentie aan te pas kwam, wordt toegeschreven, dan geloof ik niet dat ze op het goede spoor zitten.
Tijdens het bekijken van de documentaire viel mij ook op dat de evolutiebioloog de neiging had om, zonder dat er enig bewijs voor werd gegeven, tamelijk boude beweringen te doen. Ik citeerde al zijn uitspraak over de geringe hersenomvang van onze vermeende voorouders en ook de stellige uitspraak dat de hersenomvang in het verleden, bij twee gelegenheden, plotseling zou zijn veranderd. Zelfs de tijdstippen waarop dit zou zijn gebeurd werden genoemd. Maar hoe weet de evolutiebioloog dat? Was hij erbij om de metingen van de hersenomvang bij de vroegste mensen te kunnen doen? Lag er bij de fossielen van de aapachtigen, die zogenaamd onze voorouders waren, soms een bordje waarop naast de sterfdatum ook werd vermeld wie hun voorouders en kinderen waren? En wat was de reden van zijn bewering over de plotselinge groei of verandering in hersenomvang? Ja, hij noemde wel ‘mutaties’, maar helaas gaf de documentaire daar verder geen enkel wetenschappelijk bewijs voor. Dat is er ook niet, maar een leek zal waarschijnlijk toch denken: “Tjonge, tjonge… dat hebben die wetenschappers toch maar weer goed uitgezocht! Ze weten zelfs wanneer het gebeurde!” Maar wordt hierdoor niet onterecht de indruk van wetenschappelijke nauwkeurigheid gewekt? Tot zover enkele kritische opmerkingen over in de documentaire gedane beweringen. Ter afronding nog twee andere punten waarover vaak misverstand bestaat:
INTELLIGENTIE EN DE HERSENOMVANG
De hersenomvang van een veronderstelde voorouder van de mens is een van de belangrijkste factoren aan de hand waarvan evolutionisten vaststellen hoe nauw het wezen aan mensen verwant zou zijn. Maar is dat wel een betrouwbare methode? Wordt de intelligentie van een wezen bepaald door zijn hersenomvang? In 2008 stond in Scientific American Mind: “Wetenschappers hebben bij mensen en andere diersoorten geen samenhang kunnen vinden tussen absolute of relatieve hersenomvang en slimheid.” — Scientific American Mind. “Intelligence Evolved”.aug/sept. 2008, blz. 72 Op Foto 6 is duidelijk het verschil in grootte tussen de menselijke hersenen (positie 1) en enkele apen (positie 2,3 en 4) aangegeven.
Foto 6

Foto 6


DE NEANDERTHALERS.
Hersenomvang is blijkbaar geen betrouwbare maatstaf voor intelligentie. Maar hoe zit het dan met de mensachtige fossielen van de zogenoemde neanderthalers, die vaak worden afgebeeld als bewijs dat er een soort aapmens bestaan heeft? Onderzoekers beginnen anders te denken over wat voor wezens neanderthalers eigenlijk waren. Milford Wolpoff schreef in 2009 in de American Journal of Physical Anthropology dat „neanderthalers misschien wel een echt mensenras geweest zijn”
Meer recent stond in de New Scientist.: „De lang bestaande opvatting dat neanderthalers inferieur waren aan de Homo sapiens is langzaam aan het veranderen naarmate er steeds meer nieuwe vaardigheden aan hen worden toegeschreven waarvan we dachten dat die uniek waren voor ons”. Uit recente ontdekkingen blijkt dat neanderthalers schuilplaatsen bouwden, haarden aanlegden, vuur maakten, kleren droegen, eten kookten, gereedschap maakten, en lijm om speerpunten aan schachten te bevestigen. Er zijn ook aanwijzingen dat ze voor zieken zorgden, symbolen kenden, sieraden droegen en hun doden begroeven. Volgens Erik Trinkaus, hoogleraar fysische antropologie aan de Washington-universiteit in Saint Louis (Missouri, VS), „waren neanderthalers mensen en hadden ze waarschijnlijk dezelfde geestelijke vermogens als wij”.

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Evolutie, Intelligent Design, Menselijk lichaam en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.