Waarom het fossielenverslag evolutie niet ondersteunt.

Screen Capture by Snagit

Screen Capture by Snagit

Waarom laat het fossielenverslag niet de veranderingen zien die volgens de evolutietheorie aanwezig zouden moeten zijn? Ook Darwin vond ze destijds niet en hij verzuchte:
” Het aantal tussenliggende variëteiten , die vroeger hebben bestaan , moet echt enorm zijn. Waarom zit niet elke geologische formatie en iedere laag vol met zulke tussenliggende schakels ? De geologie laat zeker niet een dergelijk fijn onderverdeelde biologische keten zien; en dit is misschien het meest duidelijke en ernstige bezwaar dat kan worden opgeworpen tegen de theorie . De verklaring ligt, zoals ik geloof, in de uiterste onvolmaaktheid van het geologische verslag. ”

Maar hoe zit het dan met de fossielen die gebruikt worden om te laten zien dat vissen in amfibieën zijn veranderd en reptielen in zoogdieren?
Henry Gee schrijft in zijn boek In Search of Deep Time: Beyond the Fossil Record to a New History of Life: “Geen enkel fossiel is samen met zijn geboorteakte begraven. Dat, en de schaarste van fossielen , betekent dat het effectief onmogelijk is om fossielen op een geldige manier aan elkaar te koppelen in ketens van oorzaak en gevolg… Een lijn fossielen nemen en dan beweren dat zij een geslacht vertegenwoordigen is geen wetenschappelijke hypothese die kan worden getest, maar slechts een bewering die dezelfde geldigheid heeft als een verhaaltje voor het slapengaan – amusant, misschien zelfs leerzaam, maar niet wetenschappelijk. ”
Als het gaat om de vraag of het fossielenverslag wijst op schepping of evolutie, dan is het goed op te merken dat de hoofdgroepen van dieren plotseling in het fossielenarchief opdoken. Dat wijst eerder op schepping dan op geleidelijke evolutie. Vooral tijdens de periode die het Cambrium wordt genoemd was er zo’n enorme toename aan soorten dat men wel van ‘de Cambrische explosie’ spreekt. Ernst Mayr schrijft daarover: „Bijna alle […] soorten duiken reeds in volledig ontwikkelde vorm op aan het einde van het precambrium en aan het begin van het cambrium, dat betekent ongeveer 565 tot 530 miljoen jaren geleden. Men heeft geen fossielen gevonden, die tussen hen staan, en ook tegenwoordig bestaan zulke tussenvormen niet. De soorten schijnen dus door onoverbrugbare leemten gescheiden te zijn.“ – Das ist Evolution, 3.A, München, 2003, S. 74
Onderzoekers hebben jarenlang niet toegegeven dat de meeste fossielen aantonen dat soorten in de loop van de tijd amper veranderen. Waarom wordt er niets gezegd over zulk belangrijk bewijsmateriaal? De schrijver Richard Morris zegt: “blijkbaar hebben paleontologen het conventionele idee van geleidelijke evolutionaire verandering geaccepteerd en daaraan vastgehouden, zelfs toen ze bewijzen tegenkwamen die op het tegendeel duidden. Ze probeerden fossiele bewijzen zo te interpreteren dat die overeenkwamen met conventionele evolutionaire ideeën.”
In onderstaande video worden heel wat oude fossielen vergeleken met hun thans levende soortgenoten en kunt u zelf zien dat in de loop der tijd geen noemenswaardige veranderingen hebben plaatsgevonden.

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Video | Dit bericht werd geplaatst in Evolutie, Fossielen, Uncategorized en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.