De (on-)waarschijnlijkheid van evolutie.

(Dit is een samenvatting van een uitgebreider artikel dat ik op 18 november 2011 op deze blog plaatste. De conclusies zijn echter zo interessant dat ik meen dat het terecht is dat deze opnieuw worden geplaatst.)

Foto 1. Omslag van het boek van Coppedge.

Foto 1. Omslag van het boek van Coppedge.

Kan het toeval werkelijk al de ingewikkelde prestaties verrichten die er door de evolutionisten aan worden toegedacht? Of wordt het toeval een rol toebedeeld die ver boven zijn vermogen uitreikt? Wat zeggen de wetten van de kansrekening daar eigenlijk over? Een geleerde die zich daarin heeft verdiept en dit ook in een voor leken begrijpelijke taal heeft trachten duidelijk te maken was Dr. James F. Coppedge (1920 – 2004) In zijn, ook op internet nog steeds te lezen, boek “Evolutie: mogelijk of onmogelijk?” stelt hij dat de rol van natuurlijke selectie veelal zwaar wordt overschat:
“Wanneer we ons afvragen: “Zijn er intelligente personen die daadwerkelijk veronderstellen dat toeval een verklaring kan zijn voor de dingen die tegenwoordig op de aarde bestaan?” dan is het antwoord vreemd genoeg ‘ja’. Het is een wijd verspreid geloof. Om te beweren dat toeval en “natuurlijke selectie” dit samen gedaan hebben is hetzelfde als beweren dat toeval hiertoe geleid heeft. Er is geen intelligentie van buitenaf betrokken bij natuurlijke selectie, het is slechts een natuurlijk proces dat die organismen verwijdert die niet voldoende toegerust zijn om te overleven en te reproduceren. Natuurlijke selectie, kan alleen gebruik maken van hetgeen er door toeval en willekeurige gebeurtenissen voor wordt aangeleverd.”

Hoe staat het met de kans dat het leven op aarde zich bij toeval heeft ontwikkeld?
Eiwitten of proteïnen vormen een grote klasse van biologischemoleculen, die bestaan uit polymere ketens van aminozuren. Een gemiddelde proteïne-molecule bestaat uit 400 schakels. Eiwitten zijn essentieel voor levende organismen.
Coppedge heeft de kans berekend dat 1 proteïne zich vanzelf ontwikkeld. Hij bespreekt allerlei zaken die daarop van toepassing zijn en concludeert dan: “Daarom is de kans 1 op 10 tot de macht 161 dat er maar één bruikbare proteïne door toeval geproduceerd zou kunnen zijn in de volledige geschiedenis van de aarde, gebruikmakend van alle geschikte atomen op de aarde, en met de ongelooflijke snelheid (de lichtsnelheid) die we beschreven hebben. Dit is een getal met 161 nullen. Het is goed om in herinnering te roepen dat zelfs als er één molecule zou zijn verkregen, dat dit dan helemaal nog niet zou helpen bij het rangschikken van de tweede proteïne-molecule, tenzij er een nauwkeurig duplicatie-proces zou bestaan. En zelfs als zo’n proces zou bestaan, dan zijn er nog vele andere soorten proteïnes benodigd voordat er sprake kan zijn van een levend organisme.”
Maar hoeveel zijn er dan minimaal nodig? Coppedge antwoord: “Er moeten op zijn minst 239 passende proteïne-moleculen in een verzameling bestaan om in het minimale aantal te voorzien dat benodigd is voor de kleinste theoretisch mogelijke levende entiteit.”

Hoe groot is de kans dat deze verzameling ontstaat?
Coppedge heeft ook dit berekend en zegt daarover:
“De waarschijnlijkheid van een minimum verzameling van de vereiste 239 moleculen voor het kleinste theoretische leven bedraagt 1 op 10 tot de macht 119879. Het zou gemiddeld 10 tot de macht 119841 jaar duren om een verzameling van dergelijke proteïnes te verkrijgen. Dat is 10 tot de macht 119831 keer de veronderstelde leeftijd van de aarde en is een getal met 119.831 nullen, genoeg om zestig pagina’s van een boek van deze afmeting te vullen.’
Coppedge komt dus tot de konklusie dat volgens de onpartijdige wetten van de kansrekening evolutie onmogelijk is.

Het toeval heeft het eerste leven niet kunnen doen ontstaan. Wat is het alternatief?
Coppedge zegt het zo:

“Opnieuw worden we door het bewijs aangespoord om ons te realiseren dat een groter Iemand zeker ter plaatse heeft moeten zijn”

Coppedge noemt hem niet bij zijn naam, maar die “grotere iemand” is de God Jehovah . In tegenstelling tot de vele afgoden die door mensen worden aanbeden is dit de ware levende God. Hij is de Schepper van het universum en alle leven. De bijbel zegt over Jehovah: „Gijzelf hebt het hemellicht, ja de zon, bereid” (Psalm 74:16). De meeste mensen beschouwen de zon als iets vanzelfsprekends, ook al is hun leven ervan afhankelijk. Daardoor ontgaat hun wat de zon ons kan leren. De zon strekt Jehovah, „de Maker van hemel en aarde”, tot eer (Psalm 19:1; 146:6).

Foto 2  De zon geeft ons licht en warmte.

Foto 2 De zon geeft ons licht en warmte.

De zon is zo enorm groot dat er ruim 1.300.000 aardes in passen. Toch is ze slechts een van de talloze hemellichamen die ons over Jehovah’s enorme scheppingskracht leren. Onze zon is ook niet eens het grootste hemellichaam. Er is een ster die zo enorm groot is dat als ze op de plaats van de zon zou staan, de aarde zich in die ster zou bevinden. Als we daarover nadenken kunnen we alleen maar veel ontzag en respect voor de Maker van dit alles hebben en zullen we moeite willen doen om Hem beter te leren kennen. Jehovah is een liefdevolle God en Hij kent geen partijdigheid. In de Bijbel werd voorzegd dat Hij een volk op aarde zou hebben dat naar zijn naam is genoemd# en op jw.org kunt u in meer dan 700 verschillende talen lezen en bekijken wat dit voor een volk is. ̶
# Handelingen 15:13 luidt: “Nadat zij uitgesproken waren, antwoordde Jako̱bus en zei: „Mannen, broeders, hoort mij. Si̱meon heeft uitvoerig verhaald hoe God voor de eerste maal zijn aandacht op de natiën heeft gericht om uit hen een volk voor zijn naam te nemen.”

Bron: http://www.creationsafaris.com/pdf/EvolutieMogelijkOfOnmogelijk.pdf

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in chemie, Wetenschap, Zon en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.