Bijzondere dieren op de Galapagoseilanden.

De Galapagos archipel (zeker 128 eilanden, waarvan 13 grote eilanden) is gelegen op ongeveer 1000 kilometer ten westen van het vasteland van Ecuador. (Zie Afb.)

Galapagos-Islands-Map
Deze eilandengroep is nooit met het vasteland verbonden geweest. Hierdoor heeft de flora en fauna zich op een uniek wijze ontwikkeld. De dierenwereld van de Galápagoseilanden is wetenschappelijk bijzonder belangrijk: er komen naast elkaar antarctische vormen (pinguïns) en tropische elementen voor. Er zijn vele endemische soorten d.w.z. die alleen op de Galápagos-eilanden voorkomen; dit geldt vooral voor de broedvogels (76 soorten van de 89) en de reptielen. Opmerkelijk is dat de dieren op de eilanden van nature tam zijn door het ontbreken van natuurlijke vijanden. Dit maakt het voor onderzoekers gemakkelijker om de dieren te bestuderen. In september 1835 reisde Charles Darwin met de Beagle naar de Galapagoseilanden. Vanaf 1973 bivakkeerden Peter en Rosemary Grant elk jaar regelmatig in een tent op de eilanden om de daarop levende dieren in hun omgeving te bestuderen. Op de eilanden leven dertien soorten vinken. Zij vonden dat tijdens droge perioden de vinken met grote sterke bekken beter gedijden dan de vinken met kleine bekken. Deze laatste konden de vrij grote harde zaden niet kraken en eten. De vinken met de grote bekken konden zich toen dus beter aanpassen. Maar aanpassing kan ook de andere kant opgaan . De Grant’s bemerkten later, dat het ongewoon regenachtige weer in 1984-1985 leidde tot meer kleine, zachte zaden op het menu en tot minder van de grote, stoere zaden. En ja hoor, de vogels die nu het best waren aangepast en overleefden waren degenen met kleinere snavels. Zij konden de kleine zaden en insecten beter eten en produceerden de meeste nakomelingen. De Darwinvinken worden in leerboeken vaak aangehaald als zogenaamd ‘bewijs’ dat evolutie nieuwe diersoorten kan vormen, maar dit is onjuist. Het enige dat gebeurde was dat de vinken zich aanpasten aan het veranderende klimaat. De vinken bleven vinken. Er vormde zich geen nieuwe soort.
Vogels
De enorme verscheidenheid aan vogels op de Galapagoseilanden toont ook de veelzijdigheid van de Ontwerper ervan. De Schepper houdt beslist ook van humor en had er kennelijk plezier in om af en toe grapjes uit te halen met de door hem ontworpen schepselen. Dat ziet u bij de mooie blauwvoetige Jan-van-gent en de roodvoetige en gemaskerde Jan-van-gent. Alleen een humoristische Schepper kon op het idee komen om deze vogels hun heel bijzondere kleur poten te geven. (Zie Foto 1 en 2).

Foto 1  De blauwvoetige Jan van Gent.

Foto 1 De blauwvoetige Jan van Gent.


Foto 2 De roodvoetige Jan van Gent.

Foto 2 De roodvoetige Jan van Gent.

De aalscholver kan overal ter wereld vliegen, behalve op de Galápagoseilanden. De lopende aalscholver heeft te kleine vleugels om nog te kunnen vliegen. Ze zijn alleen te vinden langs de kusten van de eilanden Fernandina en Isabela. (Zie Foto 3)

Foto 3  De Aalscholver.

Foto 3 De Aalscholver.


De grootste zeevogel van de Galápagoseilanden is de albatros met een spanwijdte van bijna 2,5 meter. Van januari tot maart leven ze vrijwel de gehele tijd op zee. De rest van het jaar leven ze vrijwel met zijn allen op het eiland Española.
De grote roze flamingo’s leven in grote groepen en kunnen 120 cm groot worden met een vleugelwijdte van meer dan 1,5 meter. De flamingo is in tegenstelling tot de andere dieren niet tam en men denkt dat dit komt doordat ze nog niet zo lang op de eilanden aanwezig zijn.
De grote en kleine fregatvogel zijn opmerkelijk genoeg bijna even groot! Deze viseter kan niet onder water duiken en steelt zijn prooi vaak van andere vogels. De beste plaats om deze vogel te zien is Seymour, een rots voor de kust van Baltra.

De Galápagos-pinguïn is de meest noordelijk voorkomende soort pinguïn. Het is een van de kleinste soorten en vaak niet groter dan 50 cm. Broedplaatsen zijn vaak te vinden op de eilanden Isabela en Fernandina.
De meest voorkomende vogels zijn de beroemde Darwin-vinken. Ik vertelde al dat er dertien soorten zijn. Het schijnt dat Darwin aanvankelijk meende dat er slechts zes soorten vinkachtigen waren. Hij plaatste soorten met een heel dikke snavel of met een heel dunne snavel in totaal andere families. Zo beschreef hij de boszanger vink als een soort winterkoning. Veel later, terug in Engeland bleek dat meer soorten dan hij verwachtte, nauw aan elkaar verwant waren. Vooral John Gould maakte in 1837 Darwin attent op de verwantschap van een groot aantal van de door hem verzamelde vogels, die we nu de darwinvinken noemen.

In de hooglanden komt ook de rode vliegenvanger voor. Deze kleine vogel maakt in de lucht potsierlijke bewegingen. Een andere soort is de Galápagos- vliegenvanger.
Andere vogels die veel voorkomen zijn uilen, keerkringvogels, meeuwen (endemisch zijn de zwaluwstaartmeeuw en de lavameeuw), reigers (o.a. grote blauwe reiger, lavareiger en nachtreiger) en pelikanen. Endemische soorten zijn de Galápagos-havik (eigenlijk een buizerd!) en de Galápagos-duif.
Reptielen
De leguanen of iguana’s zien er prehistorisch uit. De zeeleguaan is de enige ter wereld die lang onder water kan blijven, sommigen meer dan een uur. Ze voeden zich voornamelijk met zeewier en leven voornamelijk bij Punta Suárez op het eiland Española. Op Isabela, Fernandina, Santa Cruz en Santa Fé komen twee soorten met uitsterven bedreigde landleguanen voor die meer dan 1,5 meter groot kunnen worden. Ze kunnen ongeveer 60 jaar oud worden. (Zie Foto 4)

Foto 4 Leguaan
Ook de reuzenschildpad wordt met uitsterven bedreigd door de eeuwenlange jacht op het dier. De eilanden zijn naar deze dieren vernoemd. Er leven nog ongeveer 15.000 dieren, waarvan de meeste in reservaten. Ze kunnen 250 kilo wegen en tot 1,5 meter hoog worden. De maximale leeftijd schat men op ca. 150 jaar. (Zie Foto 5)

Foto 5  De reuzenschildpad kan wel 150 jaar oud worden.

Foto 5 De reuzenschildpad kan wel 150 jaar oud worden.


Waarom kan een reuzenschildpad honderdvijftig jaar worden en een leguaan maar zestig? Zulke verschillen in levensduur laten zich niet verklaren door factoren als voeding, lichaamsgewicht, hersenomvang of leeftempo. De Encyclopædia Britannica zegt: „In de code van het genetisch materiaal liggen instructies opgesloten die de uiterste leeftijdsgrens van een soort specificeren.” De maximale levensduur staat dus geschreven in de genen. Maar hoe het komt dat alle lichaamsfuncties het gaan begeven als het einde van die levensduur nadert is voor wetenschappers nog steeds een niet opgeloste vraag.

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.