Zogenaamde Iconen van de Evolutie: Wat vertellen de Darwinvinken en de fruitvlieg met vier vleugels ons echt?

Deze keer heb ik voor u een verklaring over Intelligent Design uit het engels vertaald. Deze verklaring werd gedaan door Jonathan Wells. Hij is een amerikaanse microbioloog en werd geboren in 1942. In zijn boek Icons of Evolution: Science of mythe? (2000), stelt Wells dat een aantal voorbeelden die worden gebruikt om de biologie-leerboeken te illustreren schromelijk overdreven waren, de waarheid verdraaiden, of overduidelijk vals waren. In de korte verklaring die hij hieronder geeft beperkt hij zich tot slechts twee voorbeelden van deze ” iconen van de Evolutie.”
Veel functies van levende wezens lijken te zijn ontworpen.
Charles Darwin schreef in 1860 “er lijkt niet meer design in de variabiliteit van organische wezens en in de werking van natuurlijke selectie, dan in de route die de wind neemt. ” Hoewel veel kenmerken van levende wezens lijken te zijn ontworpen, was de theorie van Darwin dat ze eigenlijk het gevolg waren van ongerichte processen zoals natuurlijke selectie en willekeurige variatie.
Darwinvinken zijn één van de “iconen van de evolutie. “
Een wetenschappelijke theorie moet echter bij het bewijs passen. Twee voorbeelden van het bewijs voor Darwins evolutietheorie – die zo veel zijn gebruikt, dat ik hen heb uitgeroepen tot ‘iconen van evolutie’ – zijn de Darwinvinken en de vier-vleugelige fruitvlieg. Maar beide laten, zo lijkt mij, zien dat Darwins theorie niet klopt voor alle hoofdgroepen van levende wezens.

Foto 1  De Darwinvinken hadden verschillende grootte van bek.

Foto 1 De Darwinvinken hadden verschillende grootte van bek.


De bekken van de vinken lijken te zijn aangepast aan verschillende voedingsmiddelen door natuurlijke selectie. Darwinvinken bestaan uit verschillende soorten op de Galápagos eilanden, die vooral verschillen in de omvang en de vorm van hun snavel. (Zie Foto 1.) De verschillen van de bekken hangen samen met wat de vogels eten, wat suggereert dat de verschillende soorten uit een gemeenschappelijke voorouder afstammen en zich door natuurlijke selectie hebben aangepast aan verschillende voedingsmiddelen. In de jaren 1970, gingen de biologen Peter en Rosemary Grant naar de Galápagos om dit proces in het wild te observeren.
Direct bewijs hiervoor werd gevonden in de jaren 1970.
In 1977 zagen de Grants dat, als gevolg van een ernstige droogte, 85 procent van een bepaalde vinkensoort op een eiland was weggevaagd. De overlevenden hadden gemiddeld iets grotere bekken en konden wèl de harde zaden die de droogte hadden doorstaan kraken en opeten. Dit was natuurlijke selectie in actie. De Grants schatten dat na twintig van dergelijke gebeurtenissen de gemiddelde snavel grootte voldoende zou zijn toegenomen om een nieuwe soort te produceren.
Moderne wetenschappers zagen niet dat er zich nieuwe soorten ontwikkelden.
Toen de regen echter weer terugkeerde, werd de gemiddelde bek grootte weer normaal. Sindsdien schommelde de snavel grootte rond een gemiddelde daar de voedselvoorraad fluctueerde met het klimaat. Er is geen netto verandering geweest, en er zijn geen nieuwe soorten ontstaan. In feite zou het tegenovergestelde kunnen gebeuren, daar verschillende soorten Galápagos vinken nu lijken samen te smelten door middel van hybridisatie.

Natuurlijke selectie werkt alleen binnen de vastgestelde soorten.
Darwinvinken en vele andere organismen bewijzen dat natuurlijke selectie bestaande functies kan wijzigen – maar alleen binnen gevestigde soorten. Fokkers van inheemse planten en dieren hebben al eeuwen lang hetzelfde gedaan met kunstmatige selectie. Maar waar is het bewijs dat natuurlijke selectie nieuwe functies in de nieuwe soorten kan produceren?
Belangrijke evolutionaire veranderingen vereisen anatomische en biochemische veranderingen.
Nieuwe functies vereisen nieuwe variaties. In de moderne versie van de theorie van Darwin, komen deze uit DNA-mutaties. De meeste DNA-mutaties zijn schadelijk en worden dus geëlimineerd door natuurlijke selectie. Enkele zijn echter van voordeel – zoals mutaties die de resistentie tegen antibiotica in bacteriën en bestrijdingsmiddelenresistentie in planten en dieren verhogen. Antibioticum en bestrijdingsmiddelenresistentie worden vaak aangehaald als bewijs dat DNA-mutaties de grondstoffen voor evolutie leveren, maar ze zijn alleen van invloed op chemische processen. Grote evolutionaire veranderingen vereisen mutaties die ook nuttige anatomische veranderingen kunnen produceren.

De fruitvlieg met vier vleugels is een andere “icoon van de evolutie.”
Normale fruitvliegjes hebben slechts twee vleugels en twee “balancers” – kleine structuren achter de vleugels die de insecten helpen te stabiliseren tijdens de vlucht. In de jaren 1970, ontdekten genetici dat een combinatie van drie mutaties in een enkel gen vliegen produceerde waarbij de balancers zich ontwikkelden tot normaal uitziende vleugels. De resulterende viervleugelige fruitvlieg wordt soms gebruikt om te illustreren hoe de mutaties allerlei anatomische veranderingen teweeg kunnen brengen die Darwins theorie moet kunnen produceren. (Zie Foto 2)

Foto 2  Mutaties bij fruitvliegen kunnen een extra paar vleugels laten groeien. Wat evolutionisten er echter niet bij vertellen is dat deze extra vleugels geen spieren hebben en daardoor eerder een obstakel tijdens het vliegen vormen. Daarom zijn deze mutaties eerder een handicap dan een verbetering.

Foto 2 Mutaties bij fruitvliegen kunnen een extra paar vleugels laten groeien. Wat evolutionisten er echter niet bij vertellen is dat deze extra vleugels geen spieren hebben en daardoor eerder een obstakel tijdens het vliegen vormen. Daarom zijn deze mutaties eerder een handicap dan een verbetering.

Deze vlieg biedt geen bewijs voor evolutie.
Maar de extra vleugels zijn geen nieuwe structuren, alleen duplicaten van bestaande. Bovendien hebben de extra vleugels geen spieren en ze zijn dus volkomen nutteloos. De vier-vleugelige fruitvlieg is dus ernstig gehandicapt – net als een klein vliegtuig dat wat extra vleugels aan zijn staart heeft bungelen. Evenmin als dit bij alle andere anatomische mutaties die tot nu toe onderzocht zijn het geval is, kan de viervleugelige fruitvlieg niet het nieuwe materiaal voor evolutie leveren.

Intelligent ontwerp moet worden onderwezen op school
Wegens het ontbreken van bewijs dat natuurlijke selectie en willekeurige variaties verantwoordelijk zijn voor de schijnbaar ontworpen eigenschappen van levende wezens, moet de hele kwestie van het ontwerp opnieuw worden bezien. Naast het argument van Darwin tegen ontwerp zou de leerlingen ook moeten worden geleerd dat ontwerp ook een mogelijkheid blijft.
Tot zover de verklaring van Jonathan Wells.
Bron: http://www.actionbioscience.org/evolution/nhmag.html

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.