Een speciaal zintuig bij vissen.

In de driedimensionale oceaanwereld, waar het zicht beperkt is tot een afstand van ongeveer dertig meter, en waar het omringende medium zwaarder is dan lucht, heeft de Schepper de bewoners voorzien van mechanismen die de landdieren niet bezitten. Een van die extra voorzieningen is een „zesde zintuig”, waarover de meeste snelzwemmende vissen beschikken, bestaande uit een in de lengterichting gelegen systeem van kanalen, dat van kop naar staart loopt en „zijlijn-orgaan” (engels: “fish lateral line”)wordt genoemd. (Zie Foto 1 )

zijlijnorgaan
Het is in wezen een vorm van ogen, oren en sensorische gevoeligheid gecombineerd in één orgaan. Het stelt vissen in staat elke geringe verandering in uitwendige druk te registreren en onderlinge botsingen te voorkomen. Op die manier zijn ook duizenden vissen in „scholen” in staat aaneengesloten te blijven en in volmaakte harmonie gezamenlijk te bewegen en als één lichaam snel van richting te veranderen. (Zie Foto 2) Naderende vijanden voelen ze bovendien al van grote afstand aankomen, terwijl dit zintuig ook voorkomt dat ze met grote snelheid tegen obstakels — bijvoorbeeld de glazen wand van een aquarium— aanbotsen.

Foto 2   De vissen in de school bewegen als een geheel.

Foto 2 De vissen in de school bewegen als een geheel.


De bewegingen en drukveranderingen worden gedetecteerd door receptoren in de zijlijn, de zogenaamde neuromasten. Bij de meeste vissen liggen deze neuromasten ingebed in de vloer van met slijm gevulde structuren, genaamd zijlijnkanalen. Deze kanalen bevinden zich net onder de huid, en alleen het receptor gedeelte van elke neuromast steekt uit in het kanaal. (Zie Afb. 3)

Afb. 3  Zijlijnorgaan bij een vis. A.  Plaats van de laterale lijn. B. Langsdoorsnede en detail van een kanaal.  C. Detail van een neuromast.

Afb. 3 Zijlijnorgaan bij een vis. A. Plaats van de laterale lijn. B. Langsdoorsnede en detail van een kanaal. C. Detail van een neuromast.


De Encyclopedie Brittannica vermeldt: Neuromasten bestaan uit een cluster van sensorische en steuncellen ingekapseld in een geleiachtige mantel genaamd cupula. Elke zintuiglijke cel of haarcel, draagt verschillende kleine trilhaartjes, en elk cilium kan gestimuleerd worden door beweging van het water of druk uit een bepaalde richting. De haarcellen produceren een elektrisch signaal. Het laterale lijn systeem maakt het de vissen mogelijk om de richting en snelheid van de beweging van het water te bepalen. De vis kan dan een gevoel krijgen van zijn eigen beweging, die van de nabijgelegen roofdieren of prooien, en zelfs de waterverplaatsing van stilstaande objecten.

Wat denkt u? Is het “zijlijn-orgaan” bij vissen ontstaan door evolutie of is het ontworpen?

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Intelligent Design, Natuur, Zeedieren en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.