Help het jonge brein om zich te ontwikkelen.

Ik las in het tijdschrift National Geographic van januari 2015 een interessant artikel , geschreven door Yudhijit Bhattacharjee over de mogelijkheden van het brein van baby’s en jonge kinderen. Enkele belangrijke dingen die in dat artikel naar voren kwamen wil ik graag met u delen, opdat u daar ook uw voordeel mee kunt doen. Om te beginnen deze stelling:

Het babybrein is een ongelooflijke leermachine waarvan de toekomst in hoge mate in onze handen ligt.

In de jaren tachtig deed neonatologe Hallam Hurt uit Philadelphia onderzoek naar de invloed van de omgeving op kinderen. Ze maakte zich zorgen over de schade die werd aangericht bij kinderen van aan drugs verslaafde moeders. Met collega’s deed ze daarom onderzoek onder kinderen uit arme gezinnen en vergeleek ze kinderen van vier die aan de drug waren blootgesteld met kinderen waarbij dat niet het geval was. Er werden geen significante verschillen gevonden. Ze ontdekten wel wat anders: in beide groepen bleken de kinderen een veel lager IQ te hebben dan gemiddeld. “Het waren schatjes, maar ze hadden een IQ van 82 en 83. Het gemiddelde is 100. We waren geschokt.” Om meer inzicht te krijgen in de omgeving waarin de kinderen opgroeiden bezochten zij en haar collega’s hen thuis met een checklist. Ze vroegen of de ouders thuis ten minste tien boeken hadden voor de kinderen, een grammofoon om kinderliedjes af te spelen en speelgoed om ze getallen te leren. Ook noteerden ze of de ouders liefdevol tegen de kinderen praatten, tijd namen om hun vragen te beantwoorden enzovoorts.
Kinderen die thuis meer aandacht en zorg kregen, bleken een hoger IQ te hebben. Kinderen die meer cognitieve prikkels ontvingen, deden het beter op taalgebied, en kinderen die meer liefde ontvingen, deden het beter bij geheugentestjes.
Jaren later, toen de kinderen tieners waren, maakten de onderzoekers MRI-hersenscans, die ze vergeleken met scans van kinderen van vier en acht jaar oud die wèl liefdevol waren opgevoed. Ze stelden een sterk verband vast tussen een liefdevolle opvoeding op vierjarige leeftijd en de grootte van hippocampus (een deel van de hersenen dat met geheugen te maken heeft), maar vonden dit verband niet terug bij achtjarigen. Hieruit blijkt het cruciale belang van een emotioneel ondersteunende omgeving op zeer jonge leeftijd.
De studie, die in 2010 werd gepubliceerd, was een van de eerste onderzoeken waarin werd aangetoond dat vroege ervaringen de structuur van het groeiende brein beïnvloeden.
Het brein mag van zichzelf al tot ongekende dingen in staat zijn, voor de verdere ontwikkeling is het afhankelijk van de omgeving. Stap voor stap wordt nu het mysterie van de ontwikkeling van kinderen ontrafeld: van een baby die bij de geboorte amper kan zien, tot een kind dat op zijn vijfde kan praten, fietsen, tekenen en niet-bestaande vriendjes verzinnen. Nu steeds meer wordt ontdekt over de manier waarop kinderen in die periode zich taal, getallen en emotioneel begrip eigen maken, wordt duidelijk wat een ongelooflijke leermachine het babybrein is. en dat de ontwikkeling ervan in hoge mate in onze eigen handen ligt. Ouders doen er dus goed aan om hun kind op allerlei manieren te stimuleren, zoals de moeder op Foto 1.

Foto 1  Julien Inzodda geeft les over kruiden in haar keuken in Pittsburgh om haar twintig maanden oude dochtertje Allie te stimuleren. Zo leert de peuter spelenderwijs over kleur, substantie en smaak. Allie is dol op de chilisaus, die ze omschrijft als “heet, heet, heet”.

Foto 1 Julien Inzodda geeft les over kruiden in haar keuken in Pittsburgh om haar twintig maanden oude dochtertje Allie te stimuleren. Zo leert de peuter spelenderwijs over kleur, substantie en smaak. Allie is dol op de chilisaus, die ze omschrijft als “heet, heet, heet”.

De metamorfose van een hoopje cellen tot een zuigeling is al een wonder, maar dat geldt helemaal voor de transformatie van een wiebelig baby’tje tot een lopende en pratende peuter die kan onderhandelen over zijn bedtijd. We begrijpen nog steeds niet hoe baby’s zulke enorme vorderingen maken op het gebied van kennis, taal, redeneren en plannen. De snelheid van de ontwikkeling in de eerste jaren valt samen met de vorming van neurale netwerken. Bij de geboorte telt het brein bijna honderd miljard zenuwcellen- evenveel als op volwassen leeftijd. In het groeiproces, wanneer een baby allerlei signalen en prikkels te verwerken krijgt, worden zenuwcellen aan elkaar gekoppeld, met als resultaat zo’n honderd biljoen verbindingen wanneer het kind drie is. Verschillende prikkels en taken, zoals het horen van een liedje of het pakken van een speeltje, dragen bij tot de vorming van verschillende neurale netwerken. door herhaling worden die netwerken sterker. Veel gebruikte zenuwbanen worden dikker, waardoor elektrische signalen sneller worden getransporteerd. Niet- gebruikte netwerken sterven af doordat de verbindingen worden verbroken. Tussen het eerste en het vijfde levensjaar, en opnieuw in de puberteit, ondergaat het brein cycli van groei en stroomlijning, waarbij ervaring een sleutelrol speelt bij het inprenten van blijvende netwerken.

Effecten van verwaarlozing.
In het artikel wordt ook het volgende voorbeeld aangehaald van kinderen die onvoldoende prikkels en liefde van de ouders kregen:
Nadat hij midden jaren zestig aan de macht was gekomen, nam de Roemeense dictator Nicolae Ceauşescu draconische maatregelen om het land om te vormen van een landbouwnatie tot een industriële staat. Duizenden gezinnen verhuisden naar steden om in overheidsfabrieken te gaan werken. Ceauşescu verbood abortus en voorbehoedsmiddelen wat tot veel ongewenste kinderen leidde. Door dit beleid lieten veel ouders hun kinderen in de steek, die vervolgens in een staatsinstelling terechtkwamen. In 1989 leefden er 170.000 kinderen in weeshuizen.
Nadat Ceauşescu in 1989 was afgezet, werd voor de buitenwereld zichtbaar in wat voor afschuwelijke omstandigheden deze kinderen leefden. (Zie Foto 2)

Foto 2  Halfnaakte Roemeense verwaarloosde weeskinderen vertoonden afwijkend gedrag.

Foto 2 Halfnaakte Roemeense verwaarloosde weeskinderen vertoonden afwijkend gedrag.

Als baby werden ze urenlang aan hun lot overgelaten. Hun enige menselijke contact was wanneer een verzorger, verantwoordelijk voor vijftien tot twintig kinderen, hen kwam voeden of wassen. Als peuter kregen ze bijna geen aandacht. In 2001 begonnen Amerikaanse wetenschappers een onderzoek naar de gevolgen van verwaarlozing op de ontwikkeling bij 136 kinderen uit zes Roemeense instellingen. De onderzoekers waren geschokt door het afwijkende gedrag van de kinderen. Veel van hen, nog geen twee jaar oud toen de studie begon, toonden geen enkele gehechtheid aan hun verzorgers. Als er iets mis was, gingen ze niet naar hen toe. “Ze vertoonden bijna dierlijk gedrag, iets wat we nog nooit hadden gezien: doelloos rondlopen, met hun hoofd op de vloer bonken en op één plaats rondjes draaien en dan weer stilstaan”, vertelt ontwikkelingspsycholoog en neurowetenschapper Nathan Fox.
Eeg’s van de hersenen van de kinderen vertoonden zwakkere signalen dan die van andere kinderen van dezelfde leeftijd. “Het leek wel of hun hersenactiviteit was gedimd”, aldus Fox. Met behulp van maatschappelijkwerkers plaatsten de onderzoekers de helft van de kinderen in een pleeggezin. De rest bleef in de instelling. De pleeggezinnen ontvingen een maandelijkse toelage en zaken zoals boeken, speelgoed en luiers, en ze werden regelmatig bezocht door hulpverleners.
Fox en zijn collega’s volgden de kinderen jarenlang en zagen dramatische verschillen ontstaan tussen de beide groepen. Op hun achtste hadden de kinderen die op hun tweede of eerder bij pleeggezinnen waren geplaatst, eeg-patronen die niet waren te onderscheiden van die van normale 8-jarigen. De kinderen in de instellingen hadden nog altijd zwakke eeg’s. Hoewel alle kinderen die deelnamen aan het onderzoek een kleiner hersenvolume hadden dan vergelijkbare kinderen, hadden de kinderen in pleeggezinnen meer witte stof (axonen die zenuwcellen verbinden) dan de kinderen in de instellingen. Fox: “Blijkbaar werden er meer zenuwverbindingen aangemaakt bij kinderen die in gezinnen waren geplaatst.”
Het opvallendste verschil tussen de twee groepen, gemeten op hun vierde, bestond uit hun sociale vaardigheden. Fox: “Veel van de kinderen die in gezinnen waren geplaatst, vooral als dat op jonge leeftijd was gebeurd, bleken nu een normale band met hun verzorgers te hebben. Het jonge brein is blijkbaar flexibel genoeg om negatieve ervaringen te overwinnen. ” Dat is volgens hem het beste nieuws: sommige desastreuze effecten van verwaarlozing op jonge leeftijd kunnen worden teruggedraaid door de juiste verzorging, als die tenminste wordt gegeven in een kritische periode van de ontwikkeling.

Video kijken is geen vervanging voor spelen, praten en voorlezen met de kinderen.
Onderzoekers stelden baby’s van negen maanden uit Engelstalige gezinnen bloot aan de Chinese taal. In één groep werd met de kinderen gespeeld en lazen Chineessprekenden hun voor. Patricia Kuhl, neurowetenschapper aan de University of Washington in Seattle zegt: “De baby’s waren gefascineerd door de Chinese volwassenen. In de wachtkamer keken ze voortdurend vol verwachting naar de deur.” Een tweede groep hoorde en zag dezelfde Chinezen op een video, een derde groep kreeg alleen geluidsopnames te horen. Na twaalf sessies werd bij alle kinderen getest hoe goed ze waren in het onderscheiden van op elkaar lijkende Chinese klanken.
De onderzoekers verwachtten dat de kinderen die de video’s hadden gezien, evenveel zouden hebben geleerd als de groep met wie echt was gespeeld. Ze stelden echter een gigantisch verschil vast: de baby’s die via menselijke interactie aan de taal waren blootgesteld, waren even goed in het onderscheiden van Chinese klanken als moedertaalsprekers. Maar de andere baby’s, of ze nu de video hadden bekeken of alleen de geluidsopname hadden gehoord, hadden helemaal niets geleerd. “We waren verbijsterd”, vertelt Kuhl. “Hierdoor zijn we fundamenteel anders over de hersenen gaan denken.”
Hieruit blijkt dat sociale ervaringen de sleutel zijn tot taalkundige, cognitieve en emotionele ontwikkeling. Ouders van jonge kinderen doen er blijkbaar goed aan om veel met hun kinderen bezig te zijn: vaak met ze te spelen, ze voor te lezen en gesprekken met ze te voeren. Begin met voorlezen als hij of zij nog heel klein is. (Zie Foto 3) Hoewel hij misschien niet begrijpt wat je leest, kan het hem helpen om later van lezen te gaan houden. De kinderen voor de TV zetten en dan hopen dat ze zich daardoor ook goed zullen ontwikkelen is geen goede gedachte. Taal afkomstig van TV, gesproken boeken, internet of smartphone ─ hoe leerzaam ook ─ lijkt niet te werken.

Foto 3  Door het jonge kind voor te lezen zal het later ook van lezen houden.

Foto 3 Door het jonge kind voor te lezen zal het later ook van lezen houden.

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Opvoeding en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.