Onderwijs in evolutie niet up-to-date.

Leerlingen van HAVO en VWO wordt nog steeds geleerd dat het Miller-Urey-experiment bewijs zou hebben geleverd voor het spontaan ontstaan van leven. Biologie-leraar Stefan Rutenfrans zegt daarover tot zijn leerlingen, terwijl hij aan de hand van een tekening van de opstelling van de apparatuur (zie Afb.1) uitleg geeft, het volgende: “Na een paar weken (misschien zelfs nog langer) kun je gaan kijken wat er uit is gekomen. Wat zit er nou in als ik dat zo’n lange tijd laat lopen? Daar komen dus grote organische moleculen uit. Dat zou het begin kunnen zijn van DNA, want een van de dingen die ze gevonden hebben zijn nucleïnezuren, kernzuren. En dan is de stap niet meer zo heel groot om te bedenken dat daar een primitief soort DNA uit ontstaat.” Rutenfrans suggereert hier dus dat het ontstaan van het eerste DNA uit levenloze chemische stoffen slechts een fluitje van een cent zou zijn geweest. Wat is nu de waarheid?

miller-experiment2Het in 1953 uitgevoerde Miller- Urey-experiment, dat in veel biologieboeken wordt vermeld, zou zogenaamd hebben bewezen dat het leven op aarde zich spontaan uit dode materie kon ontwikkelen, maar tientallen jaren geleden werd reeds door scheikundigen aangetoond dat het experiment onrealistisch was en niets essentieels bewees over de oorsprong van het leven. Daarom herhaal ik hieronder nog maar eens wat ik in een eerder artikel daarover schreef:

Bewees het experiment van Stanley Miller het ontstaan van leven?
Veel mensen denken dat een experiment dat in 1953 door Stanley Miller en Harold Urey werd uitgevoerd hiervoor het bewijs heeft geleverd. Maar is dat werkelijk zo? Miller bestookte een gasmengsel, waarvan hij dacht dat het de atmosfeer van de aarde nabootste, met elektrische ontladingen. Het gasmengsel bestond uit ammoniak, methaan, waterstof en waterdamp. Na een paar dagen merkte hij dat de kleur bruin was geworden en werden er in het mengsel ook enkele aminozuren aangetroffen. In de media werd dit destijds uitgebreid bejubeld, maar betekende dit nu ook dat alle fundamentele bouwstenen van het leven makkelijk door toeval kunnen ontstaan?

Robert Shapiro

Robert Shapiro

Robert Shapiro, emeritus hoogleraar scheikunde aan de Universiteit van New York, die zelf niet gelooft dat het leven geschapen is, zegt dat sommige wetenschappers hieruit de conclusie hebben getrokken dat alle bouwstenen van het leven gemakkelijk in experimenten als dat van Miller kunnen ontstaan en misschien ook via meteorieten naar de aarde kwamen. Dat is niet het geval. Shapiro zegt: ” Helaas, het leven is veel meer georganiseerd dan de “prebiotische” chemische mengsels gevormd in Miller-Urey-type experimenten.” Ook zegt hij: “Het is niet waarschijnlijk dat de hoog ontwikkelde biochemische hedendaagse proteïnen, nucleïnezuren en andere complexe stoffen aanwezig waren tijdens de eerste wankele stappen van het leven.” Het is ook duidelijk geworden dat de stap van een niet-levend aminozuur naar een eiwit en vervolgens naar een levende cel blijkbaar veel ingewikkelder is dan men over het algemeen denkt. Eiwitmoleculen kunnen bestaan uit nog geen vijftig of uit wel duizenden aminozuren. Een gemiddeld functioneel eiwit in een ‘eenvoudige’ cel bevat wel tweehonderd verschillende aminozuren. De waarschijnlijkheid dat ook maar één eiwit dat slechts honderd aminozuren bevat zich ooit spontaan op aarde ontwikkelt, is berekend op een kans van één op de biljard. Als u daarbij dan weet dat een zogenaamd ‘eenvoudige’ cel al gauw duizenden verschillende soorten eiwitten bevat, dan wordt het voor iedereen duidelijk waarom het Miller-experiment geen goed bewijs kon opleveren.
De vraag is dus waarom biologieleraren het Miller- Urey-experiment toch nog steeds aan hun leerlingen blijven onderwijzen.

Bron: “Samenvatting over evolutie”. Een Prezi-presentatie door Stefan Rutenfrans.
http://www.youtube.com/watch?v=e_AZOsIfDW8

Wetenswaardigheden over aminozuren, eiwitten en de cel.
In de natuur komen een kleine honderd verschillende aminozuren voor. Aminozuren zijn vooral bekend als bouwsteen voor eiwitten en andere polypeptiden. Aminozuren worden naar het ribosoom getransporteerd en daar omgezet in een polypeptide of eiwit. Dit proces wordt ook wel translatie genoemd. Eiwitten worden opgebouwd uit twintig verschillende bouwstenen die dan in de wandelgangen de twintig aminozuren heten, hoewel niet alle twintig ook echt aminozuren zijn. Micro-organismen en planten maken vaak ook andere dan deze eiwit-aminozuren aan, zoals die in nisine en alamethicinine voorkomen. Nisine wordt gebruikt als conserveermiddel. – Wikipedia

dna-rna
Feit: Een cel kan alleen overleven als eiwit-en RNA-moleculen samenwerken. Wetenschappers erkennen dat het heel onwaarschijnlijk is dat RNA door toeval is ontstaan. De kans dat ook maar één eiwit zich bij toeval heeft ontwikkeld, is astronomisch klein. Het is extreem onwaarschijnlijk dat RNA en eiwitten door toeval tegelijkertijd op dezelfde plaats zouden ontstaan én zouden kunnen samenwerken. “De kans dat dit bij toeval zou gebeuren (met een willekeurig mengsel van eiwitten en RNA) lijkt astronomisch klein”zegt dr. Carol Cleland van het Astrobiologisch Instituut van de NASA. Ze vervolgt: “toch lijken de meeste onderzoekers aan te nemen dat als ze eenmaal weten hoe eiwitten en RNA zich onder de oer-omstandigheden in de natuur onafhankelijk van elkaar kunnen ontwikkelen, de samenwerking voor zich spreekt.” In verband met de huidige theorieën over de manier waarop deze bouwstenen van het leven door toeval kunnen zijn ontstaan, zegt ze: “Geen daarvan geeft echt een overtuigende uitleg van hoe dit is gebeurd.” − Astrobiology Magazine van de NASA, “Life’s Working Definition − Does It Work?”

http://www.nasa.gov/vision/universe/starsgalaxies/life’s_working_definition.html

De natuurkundige Paul Davies schrijft: ‘Een cel heeft duizenden verschillende eiwitten nodig om te kunnen functioneren. Het is dus niet redelijk om aan te nemen dat ze allemaal toevallig ontstaan zijn.’

Om te geloven dat zelfs een ‘eenvoudige’ levende cel door toeval uit niet-levende chemische stoffen is ontstaan, moet iemand dus eigenlijk geloven in iets waarvoor geen bewijzen en overtuigende theorieën zijn.
Vraag: Waarvoor is meer geloof nodig: om te geloven dat de miljoenen complexe en geordende delen van een cel door toeval zijn ontstaan, of om te geloven dat de cel gemaakt is door een intelligentie?

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in DNA, Evolutie, Intelligent Design, Natuur en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.