Het raadselachtige Vogelbekdier

Toen wetenschappers het dier voor het eerst zagen, wisten zij niet wat zij ervan moesten maken. Het dier leek uit een grabbelton afkomstig. De snavel en poten van een eend, een staart van een bever, een aarsopening van een reptiel, het lijf, de zwempoten en vacht van een otter. Het legt eieren net als een vogel, graaft tunnels als een mol en zoogt zijn jongen als een zoogdier. Ook heeft het sporen als van een haan aan zijn poten, waarmee het gif kan inspuiten als met de tanden van een groefkopadder. Het is zo groot als een konijn, en kan eten als een paard: 1200 aardwormen, 50 rivierkreeften, en bovendien kikkervisjes, larven en kevers — dit alles elke 24 uur opnieuw! Het is zo’n bizar schepsel dat toen men in Londen ruim twee eeuwen geleden voor het eerst een huid ervan te zien kreeg, sommigen die voor een vervalsing hielden. „Hij kon letterlijk zijn ogen niet geloven”, wordt in een encyclopedie gezegd over dr. Shaw, assistent-conservator in de natuurhistorische afdeling van het British Museum. Hij dacht dat hij in de maling werd genomen en dat „iemand de snavel van een eend op de huid van een viervoetig dier had bevestigd. Hij trachtte de snavel eraf te krijgen en nog heden zijn de sporen van zijn schaar te zien op de originele huid.”

Vogelbekdier, gefotografeerd in Australische dierentuin

Vogelbekdier, gefotografeerd in Australische dierentuin


Maar het dier bestaat wel degelijk. Het leeft uitsluitend in de zoetwaterrivieren en meren van oostelijk Australië in het wild. Het is het Vogelbekdier. Het wordt ook wel Platypus genoemd vanwege de platte voeten, maar die naam was eerder al aan een ander dier gegeven en is later veranderd. De wetenschappelijke naam is Ornithorhynchus anatinus, wat „op een eend lijkend dier met de bek van een vogel” betekent. Na verloop van tijd werden wetenschappers het erover eens dat het vogelbekdier een zoogdier uit de orde Monotremata was. De monotremata of snaveldieren hebben, net als reptielen, één opening, of cloaca, die als doorgang dient voor eieren, spermatozoa, faeces en urine. Het enige andere levende snaveldier is de mierenegel.
Vogelbekdier in de armen van een verzorgster

Vogelbekdier in de armen van een verzorgster

Het is geen groot dier, zelfs kleiner dan een gemiddelde huiskat. Mannetjes variëren in lengte van 45 tot 60 centimeter en wegen 1 tot 2,5 kilo. Vrouwtjes zijn iets kleiner. Hoewel de dagelijkse kost van seizoen tot seizoen varieert, bestaat die, zoals eerder gezegd, voornamelijk uit wormen, insectenlarven en rivierkreeftjes. Die vindt het op de bodem van de rivier. Voortgestuwd door afwisselende slagen van zijn van zwemvliezen voorziene voorpoten, duikt het rustig naar beneden en blijft een tot twee minuten onder water terwijl het zich een weg baant. Zijn achterpoten met gedeeltelijke zwemvliezen worden niet gebruikt om vooruit te komen maar dienen als roer en werken met de staart samen wanneer het dier zwemt. Ze bieden het dier ook goede houvast bij het graven.
De vacht van het Vogelbekdier is buitengewoon dicht. Er zijn maar liefst 800 haren per mm² Dat is meer dan bij de otter. Deze dichtbehaarde vacht beschermt het dier uitstekend tegen kou en vocht.

Tijd om eieren te leggen
In de lente gaat het wijfje naar een met vegetatie beklede kamer in een van haar dieper gelegen holen en legt één tot drie (meestal twee) eieren zo groot als een duimnagel. Ze broedt haar eieren uit door ze met haar lichaam en vette staart te omwikkelen. Na ongeveer tien dagen bevrijden de jongen zich uit hun perkamentachtige schaal, en zij voeden zich met de melk waarin de melkklieren in de borsthuid van de moeder voorzien.

Kijk uit voor de sporen!
Als onze kleine vriend een mannetje is, zijn zijn achterpoten bewapend met twee enkelsporen die door buisjes zijn verbonden met twee gifklieren in de dij. Hij duwt beide sporen krachtig in het vlees van een aanvaller, ongeveer zoals een ruiter zijn rijdier aanspoort. Het gif in de sporen bestaat uit een cocktail van 250 verschillende componenten met vier belangrijke hoofdgifsoorten, waarvan er drie uniek zijn voor het vogelbekdier. Ze veroorzaken diverse effecten zoals het verlagen van de bloeddruk, het veroorzaken van pijn en toenemende bloedvloeiing rondom de wond. Ik vraag me dan af: Hoe kon het vogelbekdier de cocktail van 250 chemische stoffen uitvinden? Was hij een soort scheikundig ingenieur? Het is in elk geval een verbazingwekkend systeem dat duidelijk kenmerken van ontwerp in zich draagt.

De bijzondere snavel heeft gevoelige sensoren.

De bijzondere snavel heeft gevoelige sensoren.

Een bijzondere snavel
Recent ontdekten onderzoekers een nieuwe eigenschap waardoor het vogelbekdier voedsel kan vinden. De zachte, rubberachtige snavel van het vogelbekdier blijkt een zeer geavanceerd orgaan. Hij is overdekt met receptoren die aanrakingen en elektrische activiteit registreren. Iedere keer als wij of ieder ander levend schepsel een spier gebruikt wordt er ook een klein elektrisch stroompje opgewekt. Als de garnalen, die door het vogelbekdier worden gegeten, hun staart bewegen wekken zij 200 tot 1000 miljoenste van een volt elektriciteit op. Die kleine spanning is voldoende om het het vogelbekdier mogelijk te maken zijn lunch te voelen en te lokaliseren.

Een raadselachtige oorsprong?
Modern biologisch en genetisch onderzoek heeft ook een ander mysterie over het vogelbekdier getoond. Het is op zijn minst een mysterie voor evolutionisten. Als u gelooft in een Schepper-Ontwerper, stelt het vogelbekdier u niet voor problemen. Maar als u in evolutie gelooft, is dat wel het geval. Evolutionisten kunnen u echter niet helpen. Hoewel het vogelbekdier wordt geclassificeerd als een zoogdier verschilt het genetisch van alle zoogdieren net zoals zoogdieren van vogels verschillen. Ook is het vogelbekdier genetisch gezien geen vogel.
Men meende aanvankelijk, omdat het dier net als een reptiel één aarsopening heeft, het onder de reptielen te moeten scharen, maar één verwijswerk zegt: „Wij hebben geen harde bewijzen die ons vertellen van welke fossiele reptielen ze afstamden. Onze kennis van de vele kandidaten is in aanzienlijke mate gebaseerd op tanden.” Maar tanden vormen geen hulp — het vogelbekdier heeft geen tanden. „Evenmin beschikken wij over fossiel bewijsmateriaal van enig belang, dat ons over hun voorouders zou inlichten. Wij hebben dus vrijwel niets dat ons helpt om deze schepselen in verband te brengen met enige groep van fossiele reptielen.” Dit plaatst het vogelbekdier op een eenzame plaats zonder evolutionaire geschiedenis, bijna alsof het plotseling opduikt en tot bestaan komt.
Aangezien er niets is waardoor het vogelbekdier met de reptielen in verband gebracht kan worden, hoe kan er dan gezegd worden dat het eens een reptiel was maar nu bezig is in een zoogdier te veranderen? Zou het misschien een zoogdier zijn dat bezig is een vogel te worden? Of een in een reptiel veranderende vogel? Aangezien niemand weet waar het van afstamt of waarin het zich ontwikkelt, zou het dan toch misschien gewoon zijn wat het altijd al is geweest — een vogelbekdier, in de vorm waarin het door zijn Schepper, Jehovah, was ontworpen? Als dat waar blijkt dan moet deze Schepper inderdaad wel over een oneindig grote verbeeldingskracht en, niet te vergeten, flinke dosis humor beschikken.

Video over Vogelbekdier in Australische dierentuin.
Hier tenslotte nog een bijzonder leuk filmpje. (N.B. Het Vogelbekdier wordt in Australie Platymus genoemd.) Jessica Thomas legt hierin uit hoe het Vogelbekdier wordt verzorgd.
http://www.youtube.com/watch?v=r5pS7I_gmI8

Wetenschappers doen ook nog steeds onderzoek naar dit merkwaardige diertje. Deze video toont het dier in zijn natuurlijke omgeving.
http://www.youtube.com/watch?v=OVneqhu9oZk

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Evolutie, Intelligent Design, Natuur, zoogdieren en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.