Vogelveren: Wonderen van ontwerp.

Om kleding voor mensen te maken kan een kleermaker of naaister kiezen uit verschillende soorten en kleuren stof. En hierdoor ontstaat uit hun rollen wol, katoen, zijde en kunststof een interessante verscheidenheid aan kleren! Het verenkleed van vogels bestaat echter uit slechts één bouwstof — keratine. Deze sterke, hoornachtige proteïne is de stof waaruit niet alleen uw haren en vingernagels maar ook de hoeven en klauwen van dieren zijn opgebouwd. Met deze ene substantie heeft de Grote Ontwerper van de vogelveren de fantasie van menselijke modeontwerpers verre overtroffen in schoonheid, verscheidenheid en bruikbaarheid.
Fijn en toch sterk
Net zoals men heeft ondervonden dat een holle buis voordelen heeft in vergelijking met een massieve stang, zo is bij een veer de spoel, het holle benedenstuk van de schacht, wat sterkte betreft met bot te vergelijken terwijl ze slechts een fractie van het gewicht van massief bot heeft. Het dikste deel van de veer is deze spoel, het deel waarmee de veer in een zakje, een follikel, van de vogelhuid verankerd zit.
Verderop gaat de spoel over in de schacht, waarvan twee rijen evenwijdig lopende baarden aftakken. Onder een rechte hoek staan op elke baard weer kleine uitsteeksels die baardjes worden genoemd. Kleine haakjes fungeren als een soort ritssluiting tussen de naast elkaar liggende baarden, waardoor er een sterk weefsel ontstaat dat toch soepel genoeg is om zonder te breken ver of herhaaldelijk door te buigen.
Als de veren van de vogel dan toch loshaken, strijkt hij ze eenvoudig tussen zijn snavel glad totdat alle baarden weer netjes ’vastgeritst’ zijn. Wanneer dan al zijn opgezette veren vervolgens weer goed op hun plaats liggen, is hij volkomen afgeschermd tegen de kou en beschikt hij bovendien over een hoofdbedekking en een regenjas die waterdicht zijn. Men heeft waargenomen dat zelfs de hagel uit een jachtgeweer op de veren van eenden en andere watervogels afschampte!


Hoe veren ontstaan
De veerkiem ontstaat uit een kleine follikel in de vogelhuid. Naarmate ze tot ontwikkeling komt, vinden er wonderbaarlijke en ingewikkelde veranderingen plaats. Binnen een schede groeien unieke veersegmenten, netjes om een schacht gewonden. Alles is zo schitterend verpakt dat u bij het zien van de volgroeide veer wellicht vraagt: „Hoe kon dat allemaal in zo’n beperkte ruimte zitten?”
Nadat de groei is voltooid, drogen de bloedvaten die de cellen van voedsel voorzagen op, de schede barst open, de vogel verwijdert snel het overtollige materiaal en strijkt zijn nieuwe veer met zijn snavel helemaal glad. In wezen bestaat de veer nu uit dood weefsel dat niet langer voedsel uit de bloedbaan nodig heeft — dat betekent een aanzienlijke bezuiniging voor de bloedsomloop van de vogel.
Verscheidenheid aan veren
Veren komen in talloze vormen, grootten, kleuren en soorten voor. De meeste dienen een of ander functioneel doel, terwijl andere er gewoon voor de pronk schijnen te zijn. Vogels hebben veren in verhouding tot hun behoefte, zodat de grotere soorten niet te veel hebben terwijl de lilliputters van de vogelwereld niet te kort komen. Bij een feitelijke telling bleek een van de grootste vogels, de fluitzwaan, 25.216 veren te bezitten, terwijl het kleine robijnkeeltje, getooid in al zijn sierlijke opschik, er 940 had!
Veren met een functioneel doel zijn onder andere de pluizige donsveren, die op een schitterende wijze zijn ontworpen om onze gevederde vrienden „thermisch” ondergoed te verschaffen. Onder een vergrootglas zijn lange, fijngevormde en zeer buigzame baarden en baardjes te zien, maar geen haakjes. De zeer lichte, vormeloze massa zachte veren schermt de romp van de vogel af en houdt hem bij koud weer warm en ’s zomers koel.
Sommige vogels hebben meer donsveren dan andere. De eidereend is daar één van. Ze gebruikt deze zijdeachtig zachte voorraad trouwens als isolatiemateriaal om een nest te bekleden met de prachtigste „babydekentjes” voor haar jonge troeteleendjes! De keizerspinguïn draagt onder zijn wind- en waterdichte contourveren eveneens een donskleed. Hierdoor is hij in staat om drie maanden lang zonder voedsel onbeweeglijk te blijven staan terwijl hij op zijn poten een ei uitbroedt en daarbij al die tijd windsnelheden van 80 kilometer per uur en temperaturen van -50° Celsius trotseert!
Contourveren zijn ontworpen om de vogel voor de vlucht te stroomlijnen en zijn bij iedere soort volgens een bepaald patroon gerangschikt. Hun centraal gelegen schacht is iets gebogen om aan het lichaam aan te sluiten en staat altijd van de bek af en naar de staart toe gericht. Wat dons aan de voet van de schacht zorgt ervoor dat de vogel direct op zijn huid beschikt over „ondergoed”, zedig bedekt door de volgende rij veren.
Hebt u er wel eens op gelet hoe een hen haar veren uitzette om haar eieren of pas uitgekomen kuikens te bedekken? Contourveren zijn aan de spieren en vezels van de huid vastgehecht en kunnen zo worden opgetild. Dit stelt de vogel ook in staat zijn verenkleed te reinigen of indien nodig opnieuw te rangschikken, of om voor isolatie of airconditioning meer lucht onder zijn veren te krijgen.
Wellicht nog fascinerender zijn de slagpennen, de „propellers” die de vogel zijn opwaartse druk of ’lift’ en zijn voortstuwing door de lucht geven. Eén enkele slagpen kan misschien wel uit een miljoen ingenieus ontworpen en samengevoegde onderdelen bestaan. Aan het uiteinde van elke vleugel bevinden zich 10 of meer grote slagpennen, die feitelijk het voornaamste aandrijvende deel van de gehele vleugel vormen. Vervolgens komen er 17 kleine slagpennen die, evenals de grote, met een buitengewoon sterke spoel en schachtuitloper aan het beendergestel vastgehecht zitten. Ze kunnen alle om hun eigen as draaien, waardoor ze in staat zijn elkaar te overlappen en een stevig gesloten oppervlak te vormen bij de neerslag en net als een jaloezie open te gaan bij de opslag. Ongelooflijk lichte vleugeldekveren vormen een gladde bekleding voor de vleugelstructuur zodat er een draagvlak van ongeëvenaarde kwaliteit ontstaat.
Andere slagpennen zitten in de staart, waar sterke spieren het mogelijk maken ze naar willekeur neer te drukken, als een waaier uit te spreiden, in elkaar te vouwen of te kantelen. Aldus dienen deze 10 of meer veren hetzelfde doel als een richtingsroer, stabilisatoren, hoogteroer en ailerons of rolroeren van een vliegtuig tijdens het opstijgen en het vliegen en als remkleppen bij de landing.
Het kleureneffect
Het kleurenvertoon dat zo kenmerkend is voor de schoonheid van de vogelwereld, trekt op z’n zachtst gezegd de aandacht. De combinatie van blauw, groen, geel en rood staat de kardinaalvink heel goed, terwijl het mannetje van de rode kardinaal zich in het openbaar durft te vertonen in een helrode jas die van de top van zijn kruin tot het puntje van zijn staart reikt en waarmee alleen zijn zwarte gezicht een contrast vormt.
De kleur van veel vogelveren is afhankelijk van de natuurlijke omgeving. Het keurig geklede sneeuwhoen ruilt de bruine kleurschakeringen van de zomer in tegen bijna zuiver wit in de winter — een perfecte camouflage voor de noordpoolgebieden. Te midden van het weelderige groen van de tropische wildernissen zijn heldergroene kleuren in de mode. In woestijngebieden worden vogels door hun zandkleurig verenkleed aan het oog van hun natuurlijke vijanden onttrokken.
De kleur van de veren ontstaat door een combinatie van structuur, kleurstof en teruggekaatste stralen. Witte veren bezitten een microscopische structuur die het witte licht geheel terugkaatst. Blauwe tinten ontstaan doordat microscopisch kleine deeltjes in de structuur van de baardjes enkel blauwe lichtstralen buigen, verspreiden en weerkaatsen. Groene kleuren ontstaan uit een combinatie van blauw dat door de structuur is veroorzaakt en geel ten gevolge van pigment, terwijl veren met rode kleurstof het blauwgroene deel van wit licht absorberen en enkel de rode golflengten terugkaatsen. Het is deze wonderbaarlijk ontworpen veerstructuur die onze ogen in verrukking brengt over al die veelkleurige verenpakketten in de vogelwereld.


Het iriseren
Een Engelse bioloog beschreef een kolibrie als volgt: „Het ene ogenblik lijkt hij op een robijn, dan op een topaas, vervolgens op een smaragd en dan weer op blinkend goud.” De beroemde Amerikaanse natuurkenner en schilder Audubon sprak over deze gevederde schoonheidjes als „lieflijke stukjes regenboog”. Waarom? Vanwege de eigenschap dat hun veren een kleureffect als van de regenboog vertonen.
Wat is de oorzaak van dit zogenoemde ’iriserende’ kleurenspel? Kleine en nauwkeurig gerichte spiegelachtige structuren veroorzaken een ingewikkelde optische werking die interferentie wordt genoemd. Ze schakelen enkele componenten van lichtstralen uit en versterken andere door weerkaatsing. Het resultaat — een kortstondige kleurengloed van het puurste licht vlamt op van het oppervlak van de veer en verandert naarmate de lichtstralen met een andere invalshoek treffen. Even later kan de schittering ook snel weer vervagen.
Een opvallend voorbeeld van iriseren is het ’oog’ dat in de veer van de pauwestaart zit. Als bijdrage tot het veelkleurige geheel kan elke baard die door het ’oog’ loopt, wel drie of vier kleurzones hebben. Dit maakt het noodzakelijk dat op zo’n drie millimeter van de baard met grote precisie duizenden lichtreflecterende structuurtjes gerangschikt liggen. Dat betekent ook dat miljarden van deze moleculen jaar na jaar wanneer de vogel in de rui is en zijn nieuwe veren krijgt, zonder de geringste wijziging vervangen moeten worden. De Grote Ontwerper / Programmeur heeft er voor gezorgd dat ze elk jaar weer in de goede volgorde verschijnen
Speciale veren
In de verenwereld komt men veel curiositeiten tegen. Net zoals de klimijzers van een lijnwerker, de man die telefoondraden repareert, kunnen de stijve staartveren van een specht hem steunen wanneer hij tegen een boom op wandelt! Bij het sneeuwhoen groeien tamelijk grote uitstekende veren aan zijn poten, die in de winter als „sneeuwschoenen” fungeren. De jongen van het Afrikaanse zandhoen krijgen hun dagelijkse drinkwater doordat de mannetjesvogel dit in zijn absorberende borstveren aandraagt. Sommige snippen en hoenders persen lucht door speciale „muziek”-veren in hun vleugels om zodoende een zingend geluid voort te brengen. Ganzen gebruiken hun sterke veren als oorlogswapen. En niet te vergeten de elegante heren der vogelwereld die hun wijfjes veroveren door hun speciale sierveren. Tot deze categorie behoren de kroonkraanvogel, de zilverreiger met zijn ’aigrettes’, de onvergetelijke paradijsvogels en de Australische liervogel.


Veren zijn werkelijk wonderknappe staaltjes van ontwerp. Het zijn mateloos boeiende werktuigbouwkundige meesterwerken! Ze zijn niet door toevallige natuurkrachten gevormd maar ontworpen met een speciaal doel in gedachten. Alle eer voor die schoonheid en doelmatigheid komt de Grote Schepper en Ontwerper toe.

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Natuur, Vogels en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.