Ook vragen over de oorsprong van complexe organen.

In mijn vorige blog werd kansrekening door Dr. John F. Coppedge toegepast op het ontstaan van de voor leven benodigde bouwstoffen. Het toeval bleek heel dom en hij berekende dat het toeval, zelfs als alle omstandigheden gunstig waren geweest, geen enkele kans had. Ook andere geleerden hebben uitspraken gedaan over de vraag hoe het leven is ontstaan. Zo zei de bekende astronoom en natuurkundige Robert Jastrow: „Tot hun verdriet komen [geleerden] niet tot een bevredigend antwoord, omdat de chemici er nog nooit in zijn geslaagd het experiment van moeder Natuur: leven scheppen uit niet-levende materie, te herhalen. De natuurwetenschap weet niet hoe het is gebeurd.” In feite, zo verklaarde hij, ’beschikken natuurwetenschappers over geen enkel bewijs dat het leven niet het resultaat van een scheppingsdaad zou kunnen zijn’.


Maar de moeilijkheid is niet alleen gelegen in het ontstaan van het leven. Sta eens stil bij lichaamsorganen als het oog, het oor, de hersenen. Stuk voor stuk zijn ze verbijsterend ingewikkeld, veel ingewikkelder dan de meest gecompliceerde menselijke vinding. Een probleem voor evolutie is het feit dat alle onderdelen van zulke organen moeten samenwerken, wil er sprake kunnen zijn van zien, horen of denken. Zulke organen zouden nutteloos zijn totdat alle afzonderlijke delen voltooid waren. De vraag rijst dus: Zou het ongeleide toevalselement dat naar men denkt een aandrijvende kracht van evolutie is, al deze delen op het juiste moment bij elkaar hebben kunnen brengen om zulke ingewikkelde mechanismen te produceren?
Zelfs Darwin erkende dat dit een probleem was. Hij schreef bijvoorbeeld: „De veronderstelling dat het oog . . . door [evolutie] zou zijn ontstaan, lijkt absurd, dat geef ik onmiddellijk toe.” Sindsdien is er ruim 150 jaar verstreken. Is dat probleem nu opgelost? Nee. Integendeel, wat men sinds Darwins tijd over het oog te weten is gekomen, toont aan dat het nog ingewikkelder is dan hij dacht. Jastrow zei dan ook: „Het oog lijkt te zijn ontworpen, en wel op een manier die geen telescoopbouwer zou kunnen verbeteren.”
Als dit voor het oog geldt, hoe staat het dan met de menselijke hersenen? Aangezien zelfs een eenvoudige machine zich niet toevallig ontwikkelt, hoe kan het dan een feit zijn dat dit met de oneindig veel ingewikkelder hersenen wel is gebeurd? Jastrow concludeerde: „Het is al moeilijk genoeg om te aanvaarden dat de ontwikkeling van het menselijk oog uit het toeval moet worden verklaard; nog moeilijker wordt dat waar het gaat om de menselijke intelligentie, die dan zou moeten zijn ontsproten aan willekeurige verstoringen in de hersencellen van onze voorouders.”

Advertenties

Over gervanpoelgeest

gepensioneerd constructeur, natuurliefhebber
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .