De Japanse Kogelvis.

Deze keer een video gemaakt door BBC over een zeer bijzondere kleine vis. Om een vrouwelijke vis aan te trekken, werkt de Japanse kogelvis 24 uur per dag, zeven dagen per week. Dat moet hij wel want anders vervaagt de stroming zijn creatie. Met alleen maar zijn vinnen creëert de kogelvis een stukje verbluffende zandkunst dat niemand hem nadoet. Nergens anders in de natuur construeert een dier zo’n complex kunstwerk. (Zie Foto 1)

Foto 1. De Japanse kogelvis is een ijverige werker.

Een plan voor wiskundige perfectie.
Je kunt je afvragen wie of wat het dier deze kunst heeft geleerd. Er is geen school waar kogelvissen dit kunnen leren en de vis heeft de kunst ook niet geleerd door naar oudere vissen te kijken. Commentator David Attenborough zegt in de video wel: “In zijn hoofd zit een plan voor wiskundige perfectie”, maar hij legt verder niet uit hoe dat plan in het hoofdje is terechtgekomen. Maar is het niet volkomen logisch dat de Schepper dit vermogen in het instinct van de kogelvis heeft geplant toen hij het diertje schiep? De kogelvis volgt dus instinctief de bevelen op die Jehovah, de Schepper, in hem heeft vastgelegd. En misschien heeft Jehovah op dat moment wel gedacht: “Kom, laat ik nu eens een vis maken die zulke verbazingwekkende dingen doet, dat mensen die deze grappige vis bezig zien, zich er over zullen verwonderen en er niet meer omheen kunnen dat ik niet alleen heel machtig ben, maar dat hierdoor tevens mijn gevoel voor schoonheid, wiskundige perfectie en humor wordt getoond.” Ja, beste lezer, ik ben er stellig van overtuigd dat de vele intelligent ontworpen scheppingswerken wijzen op het bestaan van een Schepper. Het zou daarom een goed idee zijn als je deze Schepper ook beter wilt leren kennen. Jehovah houdt van ons mensen* en nodigt ook jou uit om zijn vriend te worden.

De video over de kogelvis bekijk je op https://www.youtube.com/watch?v=VQr8xDk_UaY

* Meer bewijs dat God van je houdt vind je in het tijdschrift de Wachttoren nr. 3 2018 over het onderwerp “Houdt God van mij?” Je kunt het vinden door op onderstaande link te klikken:
https://www.jw.org/nl/

Advertenties
Geplaatst in Intelligent Design, Onderwijs over Intelligent Design, Zeedieren | Tags: , , ,

In Gelderland wordt het eerste gebouw van Europa geprint.

Foto 1 Geprint gebouw in Teuge Gelderland.

We blijven nog even bij bijzondere ontwerpen. Na de bouw van de iglo nu een artikel over een geprint gebouw van beton. Het beton wordt door een robot net als de tandpasta uit een tube uitgespoten en in lagen aangebracht. Hieronder de link naar het artikel dat er in het blad “De Ingenieur” over verscheen:
https://www.deingenieur.nl/uploads/media/5bbc749c02af8/48_49_ING04_3D-gebouw.pdf

Geplaatst in architectuur | Tags: ,

Sneeuw

Velen vinden de aarde op haar mooist wanneer ze bedekt is met een deken van verblindend witte sneeuw. Maar sneeuw is meer dan alleen maar mooi. Sneeuw bestaat uit ijskristallen die rechtstreeks uit waterdamp ontstaan, en 25 centimeter sneeuw staat gelijk aan zo’n 2,5 centimeter water. Sneeuw bevat dus veel lucht, en die wordt vastgehouden tussen de kristallen. Door dit verbazingwekkende ontwerp is sneeuw een goed isolatiemiddel dat zaden en planten tegen de extreme kou beschermt totdat in de lente de dooi inzet. Dieren kunnen zich in deze donzige bedekking ingraven en warm blijven. Sneeuw verschaft zo’n voortreffelijke isolatie dat Eskimo’s in hun iglo’s warm kunnen blijven door de warmte van hun eigen lichaam. Het is dus niet voor niets dat de bijbel zegt dat God ’sneeuw geeft als wol’. — Psalm 147:16; Job 37:5, 6.

Een huis gebouwd van sneeuwblokken
Wikipedia vermeldt over de bescherming die een iglo biedt: Buiten kunnen temperaturen zo laag zijn als -45 ° C, maar binnen kan de temperatuur variëren van -7 ° C tot 16 ° C wanneer de iglo alleen door lichaamswarmte wordt opgewarmd. In extreem koude temperaturen gebruiken mensen het grootste deel van het voedsel dat ze direct innemen om warmte te genereren. Binnen de iglo genereert een naakt menselijk lichaam warmte. Die houdt de lichaamstemperatuur van een persoon op ca. 37 ° C.

Foto 1. Eskimo’s bouwen een iglo.

De kunst van het bouwen van een iglo (Zie ook Foto 1) dreigt helaas verloren te gaan. Tegenwoordig woont geen enkele van de Inuit nog in een iglo. Ze hebben nu, net als de andere bewoners, houten huizen. Alleen oudere Inuit die een paar dagen achtereen gaan jagen, bouwen nog wel eens een iglo om tijdens de tocht in te overnachten. Onderstaande klassieke korte film laat zien hoe je een iglo kunt maken met alleen sneeuw en een mes.

Afb. 2 De sneeuwblokken worden in de vorm van een spiraal opgestapeld.

Een animatie toont dat de iglo spiraalvormig wordt opgebouwd. (Zie ook Afb. 2) Twee Inuit-mannen in het verre noorden van Canada kiezen voor de locatie, knippen en plaatsen sneeuwblokken en creëren een ingang. Zo is hun onderdak voltooid in anderhalf uur. (Het filmpje duurt ca. 10 min. Het downloaden vergt even wat geduld.)
https://www.youtube.com/watch?v=K3pd-wxNEKQ

Ons lichaam is eveneens fraai ontworpen.
Dat onze lichaamstemperatuur konstant ca. 37° C blijft hangt samen met een prachtige eigenschap die de schepper in ons lichaam inbouwde, namelijk: homeostase. In Wikipedia wordt die eigenschap alsvolgt gedefinieerd:

‘Homeostase is het vermogen van meercellige organismen (daar worden ook mensen mee bedoeld) om het in evenwicht te houden, ondanks veranderingen in de omgeving waarin het organisme zich bevindt, door middel van regelkringen in het organisme. Door homeostase kan een organisme de functie van elk individueel orgaan aanpassen, waardoor aan de integrale behoefte van het lichaam wordt voldaan’

Dat is nogal algemeen en moeilijk gezegd, maar het gaat dus om de automatische regulatie van organen, zoals hart, longen, maag, darmen, blaas, geslachtsorganen en bloedvaten.

Hoe werkt homeostase in de praktijk? Wikipedia vervolgt:

‘Homeostase handhaaft de temperatuur van het menselijk lichaam binnen enkele graden. Dit gebeurt door communicatie tussen de weefsels en organen via het zenuwstelsel of door chemische stimulatie. De hypothalamus in het zenuwstelsel registreert dat de homeostase uit balans is, daarna gebeurt de chemische stimulatie. De chemische stimulatie gebeurt via transmitters. Transmitters die via het bloed worden vervoerd heten hormonen en transmitters die verschillende delen van het zenuwstelsel met boodschappen verzorgen, worden neurotransmitters genoemd. Op deze manier worden onder andere de zuurgraad, het zuurstofgehalte, de bloeddruk, de suikerspiegel en de osmoregulatie (hoeveelheid opgeloste stoffen) gereguleerd’

Wat denk jij? Is de aanwezigheid van al deze ‘regelkringen’ een kwestie van toeval of van intelligent ontwerp?

Genieten van de schoonheid van sneeuw.
Naast alle bijzondere natuurkundige eigenschappen is sneeuw ook altijd heel mooi om te zien. Velen reizen dan ook jaarlijks in de winter naar de ski-gebieden. In onderstaande video “Winter in de Alpen” (die 3 min. duurt ) kun je nu ook al even genieten van het prachtige Alpenlandschap:

https://www.youtube.com/watch?v=dZY-i-lR6O8

Geplaatst in gezondheid, Menselijk lichaam, Onderwijs over Intelligent Design, Video | Tags: , , , , , ,

Natuurkrachten: De Bliksem

De twee karakteristieke, voor iedereen duidelijk waarneembare eigenschappen van een onweersbui zijn donder en bliksem. Maar wat veroorzaakt deze spectaculaire, vaak angstaanjagende fenomenen? Bliksem is gewoon de ontlading die plaatsvindt als het verschil in elektrische lading op twee plaatsen groot genoeg is om het isolerende effect van de lucht te overwinnen. Dit kan in een wolk gebeuren, tussen wolken onderling of tussen een wolk en de grond. Deskundigen vertellen ons dat de meeste van de bliksemflitsen die wij zien, tussen een wolk en de grond plaatsvinden. De bliksem zorgt ervoor dat de lucht gedurende een fractie van een seconde tot verbazingwekkende temperaturen verhit wordt — tot wel 30.000 graden Celsius op het moment waarop de elektrische ontlading plaatsvindt.

Foto 1. Wat gebeurt er eigenlijk als de bliksem flitst?

Wat gebeurt er precies?
Het is moeilijk om bliksemontladingen in een wolk te bestuderen. Voor een geleerde met zijn gevoelige instrumenten is het daar nu eenmaal niet zo’n erg plezierige omgeving. Vanaf de grond kan men het bliksemverschijnsel echter waarnemen en fotograferen met ultra-snelle camera’s, en dank zij dit hulpmiddel zijn geleerden veel te weten gekomen over de stapsgewijze opbouw van een bliksem. Hier volgt het beeld dat men heeft verkregen:

Camera’s die zijn ontworpen om het gehele proces in stappen van één miljoenste seconde (microseconde) vast te leggen, tonen dat dit een trapsgewijs gebeuren is. Een zogenaamd „leiderkanaal” breekt uit de wolk op een plek waar de lucht een moment zwakker in weerstand is, en de elektronen-waterval baant zich een weg van zo’n vijftig meter. Dan is deze waterval, als het ware, een moment „buiten adem”, en is er een moment pauze waarin de spanning aan de top weer aangroeit. Na zo’n vijftig microseconden breekt het kanaal weer verder door de lucht heen, misschien in een andere richting, afhankelijk van de plaatselijke weerstand van de geïoniseerde lucht. Aldus baant het „leiderkanaal” stap voor stap een pad van sterk geïoniseerde lucht één tot tien meter breed — naar de aarde.

De ontlading sterft snel weg, maar dat is nauwelijks het einde van de activiteit. Het pad van de bliksem blijft zwaar geïoniseerd. Vanuit andere hoog geladen delen van de wolk schieten elektronen naar het ontladingsgebied en dan via het nog open kanaal naar de aarde. Zo zijn er gewoonlijk drie of vier opeenvolgende ontladingen, die alle als één flits worden gezien. Soms zijn er meer dan een tiental ontladingen nodig om een wolk van zijn lading te ontdoen.
In slechts een vijfde van een seconde heeft de bliksemontlading haar werk voltooid. Het kabaal dat nu nog rest, heeft weinig te betekenen. Je hoort misschien een slag, een roffel of een gerommel, afhankelijk van de afstand waarop je je van de ontlading bevindt. In de baan van de ontlading is een smalle, kronkelige luchtcilinder van slechts een paar centimeter dik verhit tot meer dan 30.000° Celsius. Zodra de stroom is uitgedoofd, zet deze superhete gaskolom zich uit met een snelheid groter dan die van het geluid. En de schokgolf van deze expansie is de oorzaak van de donder, die tot op soms wel vijfentwintig kilometer afstand hoorbaar is.

Een wijze voorziening van de Schepper
Je zult je misschien afvragen waarom de Schepper het passend vond om wolken van dit elektrische vermogen te voorzien. Heeft het enig nut? Zeker, heel veel. Bliksemontladingen spelen een sleutelrol in de stikstofkringloop van de natuur. Stikstof is onontbeerlijk voor het leven, en is in overvloed aanwezig in de atmosfeer. De levende natuur kan deze stikstof echter niet rechtstreeks uit de dampkring betrekken. En hierin schiet de bliksemontlading te hulp; met haar intense hitte zorgt ze ervoor dat de stikstof- en zuurstofmoleculen in de atmosfeer zich tot atomen splitsen, waarvan vele zich bij afkoeling tot stikstofoxyden verenigen. Die oxyden zijn oplosbaar in regenwater en worden dan meegevoerd naar de bodem, waar ze verder worden omgezet in nitraten, die een belangrijke meststof zijn voor groeiende planten. Wat hierboven is beschreven vormt een belangrijk proces van natuurlijke stikstofbinding. Men schat dat onweersbuien zo jaarlijks in honderden miljoenen tonnen nitraten voorzien.

Wordt er in de bijbel ook naar bliksem verwezen?
Ja! De bijbel leert ons dat de wolken en de bliksemstralen die er tijdens onweer uit komen ons een indruk geven van de macht van de Schepper. Als voorbeeld noem ik Job 37:15,16 waar Elihu aan Job vraagt:
Weet jij hoe God de wolken bestuurt
en hoe hij de bliksem uit zijn wolk laat flitsen?
Weet jij hoe de wolken kunnen zweven?
Dat zijn de wonderwerken van hem die volmaakt is in kennis”.

Afb. 2. Elihu tot Job: “Weet jij hoe God de wolken bestuurt
en hoe hij de bliksem uit zijn wolk laat flitsen?”

Een ontwerper die over superieure kennis beschikt.
Jobs vriend Elihu wist in zijn tijd natuurlijk nog niet zoveel als wij tegenwoordig weten. Maar zijn woorden zijn wel degelijk nog steeds waar. Elihu vestigde Jobs aandacht op de grote dingen die God doet en op het feit dat hij de natuurkrachten beheerst. Alleen de Almachtige Schepper, Jehovah God, bezit de ‘volmaakte kennis’ om de stikstofkringloop te bedenken. Stikstof is onontbeerlijk voor het leven, en is in overvloed aanwezig in de atmosfeer. Maar, zoals boven ook al werd gezegd, de levende natuur kan deze stikstof niet rechtstreeks uit de dampkring betrekken. Daarom was er een intelligente Ontwerper met een superieure kennis op o.a. het gebied van elektriciteit en scheikunde nodig om dit alles zo mooi in de natuur te regelen.

Welke voorzorgsmaatregelen kun je bij bliksemgevaar nemen?
Emergency Management Australia beveelt de volgende voorzorgsmaatregelen tijdens onweer aan:
Bescherming buitenshuis
▪ Zoek beschutting in een voertuig met een hard dak of in een gebouw; vermijd kleine bouwsels, tenten en alleenstaande of kleine groepjes bomen.
▪ Als u buiten bent en nergens kunt schuilen, hurk dan (alleen), bij voorkeur in een kuil, met uw voeten bij elkaar en verwijder metalen voorwerpen van uw hoofd en lichaam. Ga niet liggen, maar zorg ervoor dat u niet het hoogste voorwerp in uw omgeving bent.
▪ Als uw haar omhoog gaat staan of u hoort gebrom van voorwerpen in de buurt, zoals stenen en hekken, ga dan onmiddellijk ergens anders naartoe.
▪ Laat geen vliegers op of modelvliegtuigjes met besturingskabels.
▪ Houd in het open veld geen lange of metalen voorwerpen, zoals een hengel, een paraplu of een golfclub vast.
▪ Raak geen metalen constructies, draadafrasteringen of metalen waslijnen aan en blijf er uit de buurt.
▪ Ga niet paardrijden, fietsen, of in een voertuig met een open dak rijden.
▪ Als u in de auto rijdt, minder dan vaart of parkeer uit de buurt van hoge voorwerpen zoals bomen en elektriciteitskabels. Blijf binnen als u zich in een voertuig of een caravan met een hard dak bevindt, maar raak de metalen delen van de carrosserie niet aan en leun er niet tegen.
▪ Als u aan het zwemmen of surfen bent, verlaat dan onmiddellijk het water en zoek beschutting.
▪ Als u aan het varen bent, ga dan zo snel mogelijk aan land. Als dat niet veilig is, zoek dan beschutting onder een hoog bouwwerk, zoals een brug of een aanlegsteiger. Zorg er in een zeilboot voor dat de mast en de stagen goed geaard zijn in het water.
Bescherming binnenshuis
▪ Blijf uit de buurt van ramen, elektrische apparatuur, leidingen en andere metalen dingen die in het huis aangebracht zijn.
▪ Vermijd het gebruik van de telefoon. Als een alarmmelding noodzakelijk is, maak het dan zo kort mogelijk.
▪ Trek voor het onweer arriveert de stekkers van de antenne- en voedingskabels van radio en tv eruit. Doe dit ook met de stekkers van de modem en de voeding van de computer. Blijf vervolgens uit de buurt van elektrische apparatuur.

Geplaatst in energie, Natuur, Wetenschap | Tags: , , ,

De Nijlgans.

Ik heb het voorrecht nabij een mooi park te wonen. Gisteren was ik er met camera en statief op uitgegaan om eventueel ook wat foto’s van vogels te nemen. Foto 1. toont dat er ook een water door het park loopt. Langs de waterkant zaten een paar Nijlganzen die ik vanaf het weggetje probeerde te fotograferen.

Foto 1. De Nijlganzen trof ik aan langs de waterkant van dit park.


Mijn Nikon B500-camera heeft een mooi zoombereik en nadat ik mijn statief en camera had opgesteld kon ik van ca. 8m. afstand onderstaande foto’s 2 en 3 nemen. Wat een bijzonder mooi gekleurd verenkleed hebben deze vogels.

Foto 2. Het verenkleed van mannetje en vrouwtje is nagenoeg hetzelfde.


Foto 3. Vredig in het gras, waarvan ze ook wel eten.


Thuis heb ik de foto’s op de PC nog wat bewerkt: eerst qua kleur (met Luminar-filter ‘Auto Smart Enhancer’) en daarna qua scherpte met het ‘Outputsharpener Pro 3’ -filter uit de Nik Collection.

Fantasierijke verklaringen voor het ontstaan van vogelveren.
Ik moest, toen ik de prachtige veren van deze Nijlganzen zag, onwillekeurig ook weer even terugdenken aan een artikel over vogelveren dat ik 23 oktober 2014 plaatste, getiteld: Evolutie: geen goede verklaring voor vogelveren. Het ging niet specifiek over de veren van de Nijlgans, maar wel onder meer over de absurde denkwijze van evolutionisten dat vogels zouden zijn geëvolueerd uit dinosaurussen, waarvan sommige ook al veren gehad zouden hebben. Dat lijkt me nogal een rigoureuze gedaanteverandering. Denk maar even aan het zware skelet van een grote dinosaurus met daarnaast een kleine kolibri: die zouden dan verwant aan elkaar zijn? Zie je het al voor je? Er zijn bovendien nooit fossielen gevonden die laten zien dat knobbeltjes op de huid geleidelijk veren werden. Maar, zoals aan het eind van mijn vorige artikel ook al in dichterlijke taal werd gesuggereerd door de insectenkundige J.H. Fabre: dat blijkbaar alles mogelijk is wat de ‘verbeeldingskracht … toelaat’ en dat ‘de factor tijd’… ‘geschikt is om fantasieën te versluieren’. Niemand kan immers controleren wat er ‘miljoenen jaren geleden’ werkelijk is gebeurd. Dus slaat die fantasie nog wel eens op hol. Je zou, als het je interesseert, het boven genoemde artikel over vogelveren nog eens kunnen nalezen. (Typ ‘Vogelveren’ in de zoekmachine rechtsboven.) De argumentatie staat nog steeds overeind.

Interessante aanvullende informatie over de herkomst van de Nijlgans, hoe en wanneer hij in Nederland kwam en wat zijn gewoonten zijn vind je op onderstaande site:
https://www.zoo-info.nl/nijlgans

Geplaatst in Evolutie, Fotografie, Intelligent Design, Natuur, Onderwijs over Intelligent Design, Vogels | Tags: , , ,

Utricularia of Blaasjeskruid: een opzienbarend plantje.

In mijn vorige artikel maakte ik je al attent op het bijzondere waterplantje Utricularia of Blaasjeskruid. Het heeft namelijk zuigblaasjes aan zijn loten waarmee het kleine, in het water levende, diertjes kan vangen en verteren. Deze zuigblaasjes zijn slechts 5 mm groot, maar zoals de sterk vergrootte afbeelding hieronder laat zien, voorzien van een ingenieus ontworpen vangsysteem. In wetenschappelijke kringen werd en wordt er nog steeds heel wat discussie gevoerd over het ontstaan van de complexe “zuigval” die dit plantje gebruikt. (Zie Afb. 1a en 1b)

Nu vertelt bovenstaand plaatje ook niet alles over de werking van de val. Daarom nodig ik jou als geïnteresseerde lezer uit om ook even naar een kort engelstalig animatiefilmpje te kijken. In de nederlandse taal kan de werking alsvolgt worden beschreven: Zodra de rode watervlo de gevoelige antennes vóór de mondopening aanraakt, beweegt de naar binnen openende scharnierende klep razend snel. De snelle klepbeweging (0,02 sec.) veroorzaakt een vacuum en de vlo wordt hierdoor naar binnen gezogen. Omdat ook in de holte van de blaas onderdruk heerst zullen de wanden van de blaas na het openen van de klep ook uitzetten, waardoor ook de hele blaas meehelpt aan het naar binnen zuigen van de prooi. Let er wel op dat de klepbeweging in de animatie voor de duidelijkheid sterk vertraagd is. In werkelijkheid gebeurt het dichtklappen van de klep 500 keer sneller dan in de animatie. Dit is wel ‘de snelste beweging in het plantenrijk’ genoemd. Eenmaal gevangen geven inwendige vierarmige klieren enzymen af waardoor de watervlo verteert. De verteerde resten worden vervolgens in voor de plant bruikbare proteïnen omgezet. Hier onder de link naar het animatiefilmpje. Merk op dat boven de animatie de ‘originele grootte’ van de zuigval is aangegeven. (Het kan nodig zijn dat je, om de animatie te kunnen zien, Flash Player eerst even moet downloaden)
http://www.unser-auge.de/utricularia-vulgaris/utricularia-vulgaris-en.html

Schepping of evolutie?
De cruciale vraag is natuurlijk: Is het complexe vangsysteem van het Blaasjeskruid (Utricularia) geleidelijk via duizenden kleine mutaties met behulp van natuurlijke selectie geëvolueerd of werd het door een intelligente Schepper ontworpen en gemaakt? Wat zegt een deskundige onderzoeker daarover?
Dr. Wolf-Ekkehard Lönnig, gepensioneerde bioloog aan het Max Planck-instituut voor plantenveredelingsonderzoek in Duitsland, waarmee hij 25 jaar lang verbonden was, heeft veel onderzoek gedaan naar carnivore (vleesetende) plantjes. Hij schreef er zelfs een 275 bladzijden tellend boek* over waarin hij, stap voor stap, beargumenteert dat de evolutietheorie geen duidelijke verklaring biedt voor de unieke kenmerken van deze planten. Hij haalt veel uitspraken van andere onderzoekers aan en vermeldt ook precies de bronnen waar deze kunnen worden teruggevonden. (Het boek zou volgens mij daarom ook uitstekend als studieboek door biologiestudenten kunnen worden gebruikt.) Op de laatste bladzijde van zijn Duitstalig boek, (dat je ook in zijn geheel op het internet kunt lezen*), staat een aanvullende lijst waarop negen andere deskundigen lovende commentaren op zijn boek geven. Wegens ruimtegebrek heb ik er daarvan slechts twee vertaald en geciteerd. Maar ik denk dat hun commentaren je niettemin een goed beeld zullen geven van de discussie die gaande is en de kwaliteit van de bijdrage die Lönnig daar aan heeft gegeven.

* Het boekDie Evolution der karnivoren Pflanzen: Was die Selektion nicht leisten kann. Das Beispiel – Utricularia (Wasserschlauch)” is te bestellen op Lönnigs website en is als e-boek te lezen op: http://www.weloennig.de/Utricularia2011Buch.pdf

Hoe wordt het boek gewaardeerd?
1. Het eerste commentaar wordt gegeven door Professor Dr. Granville Sewell van de Universiteit El Paso. Hij is een wiskundige die, onafhankelijk van de biologische auteurs, de problematiek van de Zuigval (het zuigblaasje van de Utricularia) heeft vastgesteld. Hij zegt:
“In elke familie van zowel het planten- als het dierenrijk zijn er soorten waarvan het plotseling verschijnen en de onherleidbaar complexe kenmerken problemen voor het neo-darwinisme veroorzaken. Maar bepaalde vleesetende planten doen dat op zo’n spectaculaire manier dat zij al een aandachtspunt vormen in het darwinistische debat vanaf de tijd dat Alfred Wallace Darwin waarschuwde voor de problemen die zouden voortkomen uit het Utricularia-plantje. Hij zei: “Ik voel echt dat ze de kans zullen aangrijpen om te zeggen dat dit “niet te verklaren valt met Natuurlijke Selectie” en hij verzocht hem dringend om deze moeilijkheden in een toekomstige editie van zijn boek “On the Origin of Species” op te nemen.** Darwin deed dit nimmer, maar enkele recentere auteurs hebben wel geprobeerd om diverse, met schepping strijdige, verklaringen te geven voor dit spectaculaire voorbeeld van onherleidbare complexiteit. W.E. Lönnig antwoordt deze auteurs zeer gedetailleerd en toont aan dat “na meer dan 135 jaar van verder onderzoek ook het hedendaagse Darwinisme deze vragen nog steeds niet bevredigender kan beantwoorden dan Darwin dat kon. En de problemen zijn alleen maar toegenomen.””

** De brief gedateerd 21 Juli 1875 van Wallace aan Darwin staat in zijn geheel op blz. 145 van Lönnigs boek.

2. Het tweede commentaar is afkomstig van Fritz Poppenberg. Hij is filmmaker en maakte bestseller – dokumentaires over thema’s als evolutie, intelligent design en schepping: (Heeft de bijbel toch gelijk? God gooit niet met dobbelstenen. De val van de aapmensen.) Poppenberg zegt:
“Wolf-Ekkehard Lönnig herinnert mij aan een Aikido-meester. Want net zoals die de agressieve energie van de tegenstander opvangt, omzet en tegen de tegenstander zelf richt, zo gaat de Keulse geneticus Lönnig in dit werk om met zijn opponenten. Hun dikwijls twijfelachtige argumenten blijven bij de precisie en elegantie van zijn wetenschappelijke antwoorden niet overeind. Wat mag de pleitbezorgers van de evolutieleer ertoe gebracht hebben om een onderzoeker als Wolf-Ekkehard Lönnig op zijn specialistisch gebied aan te vallen: dat van de vleesetende planten? Lönnig benut de gelegenheid en heeft een prachtig werk neergezet dat dwingend duidelijk maakt: De vleesetende Waterzuiger (of Zuigval) is niet door evolutie maar door Intelligent Ontwerp ontstaan.”

De geschiedenis achter de ontdekking van de werking van Utricularia.
De gedachte van Darwin was dat de vangblaasjes zich uit normale bladeren zouden hebben ontwikkeld. Charles Darwin had trouwens ook nog een verkeerd idee over de werking van de val. Hij was niet bekend met de zuigwerking, maar meende nog dat het prooidiertje zelf de valdeur openduwde, zich door de opening naar binnen wurmde om dan binnen te bemerken dat het gevangen zat. Het was Mary Treat, die in 1876 ontdekte dat de prooi niet in de val zwom, maar eerder werd opgezogen als de valdeur zich opende en daardoor in het blaasje opgesloten werd. Het zal je duidelijk zijn dat naarmate de werking gecompliceerder blijkt te zijn, dit de waarschijnlijkheid dat het vangsysteem door louter toeval is ontstaan doet afnemen.

Vragen die terecht kunnen worden gesteld over een ontstaan door evolutie.
Het is voor mij natuurlijk ondoenlijk om hier alle beweringen van evolutionisten en de punt-voor-punt-weerleggingen daarvan door Lönnig in zijn 275 tellend boek voor je samen te vatten. Als je werkelijk wilt weten wat de bezwaren zijn die er nog steeds aan de evolutietheorie en de theorie van natuurlijke selectie kleven raad ik je aan het bovengenoemde boek* zelf te bestuderen. Maar een paar puntjes wil ik hier wel nog wel noemen:

1. De holle blaasjes van Utricularias zijn afgesloten met uiterst precies sluitende kleine deurtjes. Hoe zouden die via “ontelbare kleine tussenstappen”met (onbewezen) maar beslissende selectievoordelen waterdicht zijn geworden? Deze vraag is niet nieuw, maar er is nog steeds geen aannemelijk antwoord opgegeven.
Lönnig wijst er op dat Robert Nachtwey dit in 1959 ook al vroeg:
‘Welke niet-directionele mutatie had als eerste moeten optreden in een normale bladtip en vervolgens een selectief voordeel hebben getoond? Zonder een voordeel zou het als triviaal zijn verloren. De moderne synthese benadrukt sterk dat mutatie en selectie moeten samenwerken om nieuwe structuren te genereren. Dus, door welke blinde mutaties moet de afzuigklep zijn ontstaan?

2. En met betrekking tot het probleem van verdere evolutiestadia ging Nachtwey verder:
‘Zelfs een perfecte afzuigklep met het verbazingwekkende vermogen om snel dieren te vangen, zou geen voordeel hebben in de strijd voor het leven omdat de prooi niet verteerd zou worden. Omgekeerd zou de productie van zeer effectieve spijsverteringssappen nutteloos zijn voor de punt van een blad zolang het de prooi niet kon vangen, wat absoluut noodzakelijk is. Maar zelfs als zuiginstallaties en spijsverteringssappen zouden samenwerken, zou er nog steeds niets gewonnen zijn in de strijd om het leven. De opgeloste eiwitten moeten ook worden geabsorbeerd en gemetaboliseerd tot soortspecifieke eiwitten. De vorming van de afzuigsluis vereist de perfecte samenwerking van veel verschillende genen en ontwikkelingsfactoren. Pas aan het eind wordt een voordeel bereikt in de strijd om het leven, maar niet in een evolutionair stadium.’

3. Er is evolutionisten veel aangelegen het te doen voorkomen alsof planten genetisch eenvoudig in elkaar zitten en dus gemakkelijk konden evolueren. De evolutionist Martin Neukamm heeft het bijvoorbeeld over “de lage complexiteit en modulariteit van de planten in het algemeen.” Maar zijn planten over het algemeen werkelijk niet zo complex? Niet volgens de ervaren en attente onderzoeker Lönnig. Die zag onmiddellijk dat dit een misvatting is en haalt deze truc op ‘elegante’ manier onderuit. Hoe? Op bladzijde 111 weerlegt Lönnig deze foute opmerking uitstekend met onderstaand schema dat in het blad “Journal of Cell Science” nr. 113 op pagina 3547 en 3548 werd getoond. Daaruit blijkt dat er bij de plant complexe genetische en scheikundige verbanden aanwezig zijn. Het schema werd gepubliceerd in 2000 en is nu eigenlijk alweer achterhaald. Lönnig zegt er in het onderschrift dan ook bij dat er eigenlijk sindsdien nog andere, tot dan toe nog onbekende genen en proteïnen, aan zouden moeten worden toegevoegd.

Afb. 2 Het complexe genenschema van een plant of bloem.

De discussie wordt helaas niet altijd eerlijk gevoerd.
Dat was mij eerlijk gezegd ook al opgevallen. Om hun zwakke theorie te verdedigen schromen evolutionistische ‘wetenschappers’ niet om te bluffen en arrogant te doen alsof alles wat zij beweren al heel goed is bewezen en dat je er dus vooral niet aan mag twijfelen. (Ik plaatste ‘wetenschappers’ bewust tussen aanhalingstekens omdat ik deze methode niet erg wetenschappelijk vind. Echte wetenschappers zouden juist blij moeten zijn met kritische vragen omdat daar al of niet de juistheid van een theorie door aan het licht kan komen). Lönnig geeft ook verschillende voorbeelden van wetenschappers die zelfs dwangmatig te werk gaan door mensen echt belachelijk te maken als ze niet in evolutie geloven. Waarom die druk? Zijn ze misschien bang dat hun geliefde theorie toch ontmaskerd wordt als fantasie?

Waarom de factor tijd er dikwijls bij wordt gehaald.
Ik eindig dit intussen toch wel uitgebreid geworden stukje met een rake uitspraak van J.H. Fabre, pionier op het gebied van entomologie (insectenkunde), gedragswetenschapper:
“Wanneer de moeilijkheden [voor de selectie-theorie] te groot worden, vlucht men achter de nevelen van de eeuwen [en miljoenen jaren], verbergt men zich in de duisternis van het verleden, voor zover de verbeeldingskracht het toelaat, beroept men zich op tijd, de factor waarop we zo weinig invloed hebben en die daarom zo geschikt is om fantasieën te versluieren.”

Geplaatst in chemie, Intelligent Design, Natuur, Onderwijs over Intelligent Design, Planten | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Bijzondere planten.

1. Een plantje dat aan zelfverdediging doet.
Deze week eerst aandacht voor een bijzonder klein plantje dat beschikt over een opmerkelijk verdedigingsmechanisme. De latijnse naam is mimosa pudica. In Nederland wordt het ook wel ‘kruidje-roer-mij-niet’ genoemd. Op onderstaand filmpje, dat ik op youtube.com vond, kun je zien wat er gebeurt als je de bladeren van dit bijzondere plantje één voor één aanraakt:

https://www.youtube.com/watch?v=nPf3FbR6eQE

Heb je opgemerkt dat het zich terugtrekken heel snel en systematisch plaatsvindt? Van het uiteinde naar de steel in een nauwkeurige vaste volgorde, geen random volgorde die je in geval van toeval zou verwachten. Niet de hele plant reageert, maar alleen het deel dat aangeraakt wordt. Na enkele minuten strekken de bladstelen weer en vouwen de bladeren zich weer open.
Ontwerp of toeval?
Je kunt je afvragen hoe het plantje deze eigenschappen verkregen heeft. Evolutionisten wijten dit aan toevallige evolutie. Volgens hen zou het plantje in de loop van miljoenen jaren vanzelf, door een hele reeks van toevallige mutaties (of veranderingen), deze eigenschappen hebben verworven. Door natuurlijke selectie zouden mislukte probeersels vanzelf zijn uitgestorven en de goede eigenschappen zijn gebleven. Uiteindelijk, na eindeloos proberen, zou dan vanzelf dit resultaat zijn ontstaan. Als je vraagt welke stappen daarbij achtereenvolgens betrokken waren, dan worden er vage uitspraken gedaan en heeft men daar geen aannemelijke verklaring voor. Die zullen ze ook nooit kunnen geven, want ze waren er niet bij toen het gebeurde. Zo’n traject in miljoenen kleine stapjes wordt ook minder aannemelijk als je weet dat, zolang een bepaalde eigenschap nog niet volledig is ontwikkeld, natuurlijke selectie er voor zal zorgen dat de onbruikbare eigenschap eenvoudig zal verdwijnen. Toch weerhoudt dit evolutionisten er niet van om heel stellige beweringen te doen. Zo beweert evolutiebioloog Vincent Merckx, verbonden aan Naturalis, volgens de site van scientias.nl bijvoorbeeld: “Zo’n plant is geëvolueerd, het resultaat van natuurlijke selectie” en even verder lees ik in opvallend grote letters: “Evolutie is heel inventief en goed in staat om problemen op te lossen” Is dit zo? Hier doet Merckx het haast voorkomen alsof evolutie niet een kwestie van louter toeval is, maar zelf ook kan denken en sturing aan processen kan geven. Ik denk dan bij mijzelf: “Wat gebeurt hier?.. Zo schrijf je aan evolutie haast goddelijke eigenschappen toe!” Mij viel het ook op dat Merckx volgens hetzelfde artikel ook over het mimosa plantje zegt : “De plant is als het ware evolutionair geprogrammeerd om zo te reageren. Vaak gaat het om biomechanische processen die in het DNA gecodeerd zitten. Het is dus niet iets waar een plant over nadenkt.” Die uitspraak zou goed zijn als het woord ‘evolutionair’ was weggelaten, maar hij lijkt mij nu juist in strijd met het evolutieverhaal. Kom, ik leg dat even uit.

Waarom denk ik dat de hierboven vetgedrukte termen beter passen bij het ware scheppingsverhaal? Als iets is ‘geprogrammeerd’ of ‘gecodeerd’, dan is daar een intelligente Programmeur voor nodig die de verschillende stappen in het proces programmeert. Hij zorgt ook dat de juiste volgorde wordt aangehouden. Dat kan dus niet door louter toeval zijn gebeurd. En natuurlijke selectie kan alleen maar kiezen uit wat reeds bestaat en zelf geen nieuwe dingen verzinnen. Tenslotte nog iets over de DNA-code: Elke intelligente code kan alleen maar uit een intelligente geest voortspruiten en ook de DNA-codes van de diverse plantensoorten moeten daarom wel ontworpen zijn door een buitengewoon intelligente ontwerper.

2. Planten die insecten en andere kleine dieren kunnen vangen. Bijvoorbeeld: Utricularis (Blaasjeskruid)

Onder het enorme aantal verschillende soorten planten (volgens een ruwe schatting 390. 900) zijn er ook die zich op een bijzondere manier van de benodigde voedingsstoffen voorzien: het zijn de vleesetende planten. Hun aantal wordt op 670 geschat. In onderstaande video worden er daarvan slechts tien van aan je voorgesteld. Dat geeft je niettemin een mooi overzicht en het laat je tevens zien dat de Schepper ook in het plantenrijk heel wat variatie in vorm, kleur en vangstmethode heeft aangebracht. Sommige van deze planten verdrinken hun prooi, sommigen verteren ze en anderen gebruiken chemicaliën om ze te doden.
Ik wil je vragen om vooral eens te letten op de aan het eind van de video als nummer twee getoonde plant genaamd Utricularias of Blaasjeskruid. (Zie Afb. 2) Daarover is namelijk onder wetenschappers heel wat discussie ontstaan.

Afb. 2. Een oude tekening van Utricularia of Blaasjeskruid . De blauwe tekst en de rode watervlo zijn door mij ter verduidelijking toegevoegd.

Het is een waterplant. Soms groeit er boven het water een gele bloem. De wortels zweven in het water. De tere plant vormt witachtige grondloten en waterloten met groene bladeren. Alleen aan de witachtige grondloten zitten kleine blaasvormige aanhangsels, de vangblaasjes. Met die vangblaasjes worden kleine kreeftachtigen, muggen, watervlooien en vissen gevangen. In de vangblaasjes heerst een onderdruk en als een diertje de haartjes op het blaasje aanraakt springt dit supersnel open en zuigt het omringende water met daarin het prooidiertje naar binnen.
Deze vangmethode wordt beschouwd als ‘een van de meest geavanceerde structuren in het plantenrijk’. Ook bij dit plantje vragen wetenschappers zich af hoe en of het zich wel door geleidelijke evolutie heeft kunnen vormen. Daar is men het namelijk nog lang niet over eens. Maar dat zou me nu te ver voeren. Ik hoop daarom in mijn volgende artikel je nog wat meer bijzonderheden over deze plant en de discussie die er over is ontstaan te vertellen.

De video “Most AMAZING Carnivorous Plants” is engelstalig en duurt ca. 10 min.

https://www.youtube.com/watch?v=b1wNJFb4YLU

Geplaatst in Natuur, Onderwijs over Intelligent Design, Planten, Video, Wetenschap | Tags: , , ,